WK veldrijden op zondag 4 februari in Valkenburg dik onderstreept in wedstrijdagenda Zegekoning Mathieu van der Poel wil als wereldkampioen op de troon

Zegekoning Mathieu van der Poel  wil als wereldkampioen op de troon

In de eerste maanden van dit veldritseizoen rijdt Mathieu van der Poel van de ene zege naar de andere. Enkel als pech hem treft, gaat de concurrentie met de overwinning aan de haal. “Insteek van dit seizoen is om van begin tot eind voor de winst te gaan. Ik wil weer de Zegekoning worden”, vertelt Mathieu van der Poel tijdens het interview voor dit verhaal, een week voor de start van het seizoen. Elke overwinning telt dus, met wel de opmerking dat één wedstrijd extra dik onderstreept is. Mathieu van der Poel wil op zondag 4 februari in eigen land revanche, hij wil de wereldkampioenstrui weer om zijn schouders.

Terug naar zondag 29 januari 2017, het WK veldrijden in het Luxemburgse Bieles. Mathieu van der Poel toont vanaf de eerste minuut duidelijk de sterkste te zijn van het hele veld. Maar na afloop staat hij niet op het hoogste podium. De pechduivel slaat ongekend vaak toe, vier keer een lekke band, waardoor zijn Belgische rivaal Wout Van Aert uiteindelijk toch wint. Van der Poel huilt na afloop dikke tranen en krijgt ‘slechts’ zilver om zijn nek.

Over en uit

“Mijn grootste teleurstelling in mijn sportieve loopbaan tot nu toe”, blikt Van der Poel zo’n acht maanden later terug. “Ik zal niet snel zeggen dat ik de beste in de wedstrijd ben, maar tijdens dat WK  was ik die dag echt de sterkste. Iedereen die fietst weet hoe zwaar het is om op een lekke band een paar honderd meter te moeten fietsen. De eerste drie nekten mij niet. Ook na de derde lekke band liep ik weer weg van de concurrentie. Maar die vierde was er één teveel. Toen moest ik nog ruim een halve ronde fietsen om bij de materiaalpost te zijn. Dat was veel te ver. Bij die vierde lekke band, op die plek, wist ik het meteen: nu is het over en uit.”

Ongelooflijk veel pech. “Door de invallende dooi kwamen de steentjes in de ondergrond bloot te liggen. In de dagen voorafgaand was dat ook al het geval. Maar tijdens de trainings- en verkenningsronden had ik er geen last van. Nu vier. Hoe sterk ik die dag ook was, tegen zoveel pech was ik niet opgewassen.”

Leven in de brouwerij

Ondanks de enorme WK-teleurstelling kijkt Mathieu van der Poel toch terug op een mooi seizoen 2016-2017. “Ik beschouw het als mijn beste seizoen bij de profs tot nu toe. Met 26 overwinningen kroonde ik me tot Zegekoning. Dat zegt me heel veel. Voor dit aantal zeges deze winter zou ik nu meteen tekenen, met dan natuurlijk wel eentje extra. Inderdaad, de wereldtitel.”

Op zondag 4 februari staat de mondiale titelstrijd op het programma in Valkenburg. In 2015 veroverde Van der Poel meteen in zijn eerste profjaar de wereldtitel, maar de afgelopen twee jaar moest hij de eer laten aan zijn grote rivaal Wout van Aert. Van der Poel en Van Aert zijn geen vrienden (“Maar we hebben veel respect voor elkaars prestaties”), hun tweestrijd is wel belangrijk voor het veldrijden. “Die duels brengen leven in de brouwerij. Daar komt het publiek op af. Stel je eens voor dat of Wout of ik er het seizoen niet bij is. Dan wint er één van ons misschien wel 40 keer en wordt het heel saai. De interesse van het publiek verdwijnt bij zo’n scenario, met alle gevolgen voor de sport vandien.”

Belgische Kapellen

Mathieu van der Poel is de zoon van Adrie van der Poel en Corinne Poulidor. Vader Van der Poel behoeft in de wielerwereld geen toelichting. Zijn beste jaren beleeft vader Adrie in de jaren tachtig en negentig. In het oog springen de drie etappezege’s in de Tour de France en zijn klassieke overwinningen, waaronder Luik-Bastenaken-Luik, de Amstel Gold Race en de Ronde van Vlaanderen. Maar ook zijn vele overwinningen als veldrijder, waaronder de wereldtitel in 1996.

Moeder Corinne is de dochter van Raymond Poulidor, een legende in de Franse wielerhistorie. Met als bijnaam Poupou werd hij onder andere drie keer tweede in de Tour de France. Diverse etappe’s in meerdere grote etappewedstrijden schreef Poulidor op zijn naam, maar onder andere ook de klassieker Milaan – San Remo.

Ruim voor de geboorte van Mathieu streken zijn ouders neer in het Belgische Kapellen. Eerst werd broer David geboren, ook een begenadigd wierlertalent. In 1995 zag Mathieu het levenslicht. “Ik had kunnen kiezen voor België te rijden. Zelfs ook voor Frankrijk. Maar nooit heb ik getwijfeld. Voor mij is Nederland altijd de enige optie geweest. Ik voel me Nederlander, ik ben Nederlander. Mijn Belgische accent doet daar niets aan af.” Maar een thuiswedstrijd noemt Mathieu van der Poel het WK in Valkenburg toch niet. “Ik ben niet van wij Nederlanders tegen zij de Belgen. Ik woon al sinds mijn geboorte in België, en voel me er thuis. Ik druk het liever uit met: als Nederlander is het heel mooi om in Nederland het WK te mogen rijden.”

Successen

Tot voor enkele jaren geleden was Mathieu van der Poel steevast de zoon van. Of: de kleinzoon van. “Daarmee heb ik nooit moeite gehad. Integendeel. Wat mijn vader en opa hebben gepresteerd op de fiets maakt mij trots.” Met het toenemen van de eigen successen, wordt het meer en meer enkel Mathieu van der Poel, zonder de toevoeging zoon of kleinzoon van.  Neemt niet weg dat hij duidelijk uit hetzelfde wielerhout is gesneden. Zo vader, zo zoon. Wie Mathieu ziet en hoort, twijfelt daarover geen moment.

Mooi voorbeeld daarvan is het feit dat vader Adrie van der Poel tijdens een interview voor Sportjaar 2014 zei: “De belangrijkste uitgangspunten zijn passie en plezier! Is dat fundament niet aanwezig, dan gaat het nooit het succes worden wat het in aanleg kan zijn. Heel simpel. Dat geldt voor het hele leven.” En: “Als je een rugnummer op hebt, dan moet je koersen! Als je niet wilt koersen, moet je gaan trainen.”

Aan dezelfde keukentafel stelt zoon Mathieu twee jaar later: “Als ik aan de start sta, dan wil ik me ook laten zien. Ik was dan ook zeer blij dat ik in de eerste wedstrijden na het behalen van de wereldtitel, meteen een paar wedstrijden won in de kampioenstrui. Ik rijd geen wedstrijden om enkel mee te rijden, ik wil tonen wat ik kan. En dat mag het publiek ook van mij verwachten.” En over zijn keuze voor het veldrijden de komende jaren zegt Mathieu van der Poel in 2016: “Als wegrenner kan ik ongetwijfeld nu al meer verdienen. Maar geld speelt bij mijn keuzes geen rol. Ik wil plezier beleven aan wat ik doe. En dat plezier brengt mij het veldrijden. Plezier is de basis van succes, anders verdwijnt de intrinsieke motivatie en blijven de resultaten uit. En geld? Geld is enkel het gevolg van wat je presteert, niet het doel.”

Mathieu van der Poel voegt anno 2018 daaraan toe, dat het in zijn ogen een misvatting is om aan te nemen dat hij als wegrenner nu meer zou verdienen. “Ik betwijfel of er een ploeg is die voor mijn huidige staat van dienst op de weg, het salaris biedt dat ik nu heb. Inclusief al het prijzengeld, startgelden en bonussen die ik met het veldrijden opstrijk, zit ik op een niveau dat de meeste wegrenners niet halen”, aldus Van der Poel, die naar schatting nu op zo’n jaarinkomen van een miljoen euro zit. Maar, zo benadrukt het supertalent nogmaals: “Plezier staat voorop! Ik hoef nog geen keuzes te maken. De focus ligt in de wintermaanden gewoon op het veld. Laat mij lekker crossen. Ik kijk echt uit naar de start van het seizoen.”

Grote klassiekers

Een paar maanden ver in het seizoen, bij het ter perse gaan van Sportjaar 2018, gaat de zegeteller met onder meer de Europese titel richting de twintig. Ongekend. Het gewenste aantal van 26 is al in zicht. Maar toch, iedere wielerkenner en -liefhebber is vooral benieuwd tot welke hoogte Mathieu van der Poel reikt als wegrenner. Niet vreemd. Als Van der Poel zich aan de start meldt van een wegwedstrijd, dan toont hij ook meteen zijn klasse. Zo werd hij in 2013 wereldkampioen op de weg bij de junioren. En wat te denken van zijn optreden bij de profs afgelopen wegwielerseizoen, ter voorbereiding op dit crossseizoen: winnaar van Dwars door Hageland, winnaar van de Franse rittenkoers Boucles de la Mayenne en ritwinst in de Ronde van België, door onder meer de Belgische wereldtopper Philippe Gilbert in een rechtstreeks duel te verslaan.

“Ik heb laten zien dat ik ook als wegrenner talentvol ben. Maar bewezen heb ik nog niets. Je hoort mij dan ook niet roepen dat ik ‘effe een klassieker’ ga winnen. Ik heb nog nooit een koers van die lengte gereden. Ik weet dus ook nog helemaal niet of ik wedstrijden van boven de 210, 220 kilometer aankan. Of je dat als renner wel of niet kunt, bepaalt of je mee gaat spelen in koersen als Parijs – Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Ik ga het in de toekomst ervaren en dan merken we wel of ik net als mijn vader ook in de grote klassiekers tot de besten behoor”, stelt Mathieu van der Poel.

Maar ‘in de toekomst’ is op z’n vroegst na de Spelen van 2020 in Tokyo. Althans, als het volgens zijn huidige gedachten gaat verlopen. Want behalve op de weg- en crossfiets, is Mathieu van der Poel ook uitermate getallenteerd op de mountainbike. In dezelfde periode als zijn wegsuccessen afgelopen jaar, wedijverde hij ook succesvol met de wereldtop in het mountainbiken: tweede in de wereldbeker mountainbike in Albstadt en vierde op het WK marathon. “In mijn hoofd leeft nu bovenal deelname aan de mountainbikewedstrijd tijdens de Spelen van 2020 in Tokyo. Kies ik defintief daarvoor, dan zal ik me ongetwijfeld ook met volle focus op het veldrijden blijven richten in de winter. Crossen en mountainbiken zijn prima te combineren. Zoals ik het nu zie, stap ik daarna over naar de weg. Dan ben ik 25. Nog een mooie leeftijd. Kan ik in principe een wegcarrière van 10 jaar hebben”, aldus Mathieu van der Poel, die vorig veldritseizoen de eerste weken miste door een operatie aan de knie. De derde in een tijdsbestek van een paar jaar. “Na de eerste operatie in 2015 heb ik wel even gedacht ‘als het maar goed komt’. Bij de volgende twee niet. Nu is mijn knie helemaal hersteld. Het geeft geen enkele beperking meer.”

Grote etappewedstrijden

Wanneer Mathieu van der Poel definitief beslist wel of niet te gaan voor de Spelen als mountainbiker, dat weet hij nog niet. Wat hij wél zeker weet: “Ik beslis 100% zelf.” De Nederlandse (en Belgische) wielerkenners en -fans zijn óók zeker van hun zaak: Van der Poel gaat ook succesvol zijn als wegrenner. Van der Poel blijft nuchter. “Zoals ik al zei, ik heb nog niets bewezen als wegrenner. Ik ken alle verwachtingen. Ik zie mezelf wel dagzeges boeken in de grote etappewedstrijden, maar ben in mijn ogen in die wedstrijden geen man voor het eindklassement. Zo’n prestatie als Tom Dumoulin, het winnen van de Ronde van Italië, ongelooflijk sterk en mooi. Ik geloof niet dat die potentie in me zit, ondanks dat mensen dat wel voorspellen. Je moet als wielrenner ook weten wat je niet kunt.”

Terug