Patrick Roest als mens nog altijd even nuchter en bescheiden, maar als sporter inmiddels net als zijn leermeester Sven Kramer een zelfverzekerd kampioen “Wil de concurrentie mij kloppen, dan moeten ze harder rijden dan vorig jaar”

“Wil de concurrentie mij kloppen, dan moeten ze harder rijden dan vorig jaar”

Niet alleen de prestaties van het afgelopen seizoen, óók de ploegpresentatie van Jumbo-Visma in aanloop naar dit schaatsjaar maakt duidelijk dat de sportieve verhoudingen tussen Sven Kramer en Patrick Roest zijn gekeerd. Is Kramer sinds mensenheugenis de laatste die wordt voorgesteld, met het oog op dit seizoen is Patrick Roest de hoofdrolspeler tijdens ‘de climax’ van de voorstelling. “Maar voor de rest is er niets veranderd”, zo zijn de eerste woorden van de wereldkampioen allround 2018 en 2019.

Wie Patrick Roest ook maar een beetje kent, verwacht ook geen andere reactie. De nuchtere en rustige Roest laat zich door niemand of niks gek maken. Noch door een vol en schreeuwend Thialf, noch door een legertje journalisten dat uit is op prikkelende uitspraken. “Binnen de ploeg is er sowieso niets veranderd. We zijn en blijven ploeggenoten, die elkaar naar een hoger niveau tillen. Op de schaatsbaan zijn we concurrenten, die elkaar willen verslaan. En het is ook niet zo dat ik Sven Kramer definitief voorbij ben. Om maar eens iets te noemen, ik lig bijvoorbeed nog zo’n tien Europese titels achter en ik weet niet precies hoeveel wereldtitels. Hij heeft me afgelopen seizoen bovendien nog verslagen.”

Dat was tijdens het Europees kampioenschap allround in het Italiaanse Collalbo. “Ik maakte daar een paar technische fouten.” Op het WK allround in Calgary (Canada) stond er evenwel geen maat op Patrick Roest. Had hij een jaar eerder in Amsterdam nog het geluk dat Sverre Lunde Pedersen in winnende positie viel, nu was hij voor zowel de Noor als Sven Kramer een maat te groot. De aanloop naar dit seizoen is dusdanig vlotjes en sterk verlopen, dat nieuwe topprestaties van Patrick Roest door iedere schaatskenner ‘als vanzelfsprekend’ worden voorspeld.

“Ik heb inderdaad een prima voorbereiding. En ik weet inmiddels ook dat als ik mijn vorm te pakken heb, ik meedoe voor de overwinning bij de wedstrijden waar ik aan de start sta. Dat is zeker wel anders dan drie á vier jaar geleden. Mijn belangrijkste focus blijft gericht op het allrounden. Dat blijft voor mij het mooiste dat er is. Ik ga ook niet specialiseren met het oog op de Winterspelen van 2022 in Beijing. Ik blijf gewoon breed insteken, met de wetenschap dat ik op drie afstanden heel goed uit de voeten kan. De 1.500, de 5.000 en de 10.000 meter liggen me alle drie prima. Moet ik een afstand noemen, waarop ik straks op de Spelen de meeste kans maak op goud, dan is dat de 5 kilometer. Daar komt mijn duurvermogen als allrounder en mijn relatief hoge snelheid samen. Ik ben naast de allroundtoernooien dan ook benieuwd naar hoe het tijdens het WK Afstanden in Salt Lake City gaat. De voorbereidingen zijn in ieder geval goed geweest, de basis voor weer een mooi seizoen is gelegd”, aldus Patrick Roest, die vervolgens voor zijn doen tot een ‘pikante uitspraak’ komt. Een uitspraak van een zelfverzekerd kampioen: “Wil de concurrentie mij kloppen, dan moeten ze harder rijden dan vorig jaar.”

Zorgenkind

De aanloop naar dit seizoen verloopt voor één van die concurrenten, Sven Kramer, in eerste instantie net als bij Patrick Roest geheel naar wens. Maar dan plots, in oktober afgelopen najaar, is er tijdens het trainingskamp in het Zuid-Duitse Inzell een automobiliste, die hem tijdens een fietstraining over het hoofd ziet. Kramer kan met zijn fiets geen kant op en blesseert bij de val zijn knie.

Tijdens de ploegpresentatie van Jumbo-Visma geeft Sven Kramer aan gevreesd te hebben voor het seizoen. Inmiddels kijkt hij alweer met meer optimisme vooruit. “Ik was bang dat het seizoen erop zat voordat het was begonnen”, vertelt Kramer, die ook duidelijk is over hoe hij over de automobiliste dacht. “Het liefst trek je op dat moment zo’n vrouw uit de auto. Maar ja, daar wordt de knie niet beter van.”

Om te redden van het seizoen wat te redden is, gaat Sven Kramer snel terug naar Nederland voor onderzoek. Scans laten zien dat het relatief meevalt, een klein deukje aan de binnenkant van de knie. Sven Kramer: “Op zich dus geen zwaar punt. Maar wat bij mij dan meteen ook om de hoek komt kijken, is dat mijn rug chronisch een zorgenkind is. Omdat je je knie wilt ontlasten, ga je compenseren. En dat merk ik meteen in mijn rug. De grootste angst nu is dat mijn rug weer voor een moeilijk seizoen gaat zorgen. Zoals vorig jaar ook het geval was.”

Een stuk chagrijniger

Toch zat Sven Kramer er tijdens de ploegpresentatie ontspannen bij gedurende het interview. “Wat moet ik anders? Gaan janken? Het klopt dat ik in het verleden in zulk soort situaties vaak een stuk chagrijniger was, maar dat verandert als je ouder wordt”, zo zegt Kramer met een lach op zijn gezicht. Om serieus te vervolgen met: “Ja, ik ben relaxter dan  toen ik 22, 23 was.”

Kramer verzekert dan ook dat hij geen moeite heeft met het feit dat Patrick Roest hem inmiddels is voorbijgestreefd. “Ik ben niet bezig met wie nummer 1 of nummer 2 is.” Of het vaderschap daarin ook een rol speelt, weet hij niet, maar relativeren gaat Kramer inmiddels wel een stuk makkelijker af. Zich bewijzen als schaatser, dat hoeft hij niet meer, zo stelt Kramer. “Ik schaats nog omdat ik het fantastisch vind. De blessure maakt het nu moeilijker, maar wat is een paar weken op een carrière van vijftien jaar? En dat ik aan het begin van het seizoen een paar wereldbekerwedstrijden mis, dat deert me niet. Of je in je carrière vijftig of zestig wereldbekers wint, wat maakt dat uit? In mijn ogen in ieder geval niets.”

Winnen in een wereldrecord

Dit wil evenwel niet zeggen dat Sven Kramer zich geen ambitieuze doelen meer stelt. Zeker wel. Natuurlijk zijn daar weer de allroundkampioenschappen, maar dik onderstreept is bovenal de 5 kilometer tijdens het WK Afstanden in Salt Lake City in februari. Winnen in een wereldrecord, dat is wat leeft in de gedachten van Nederlands beste schaatser aller tijden. Voorwaarde is dan wel dat Kramer snel weer helemaal fit is. En voorwaarde lijkt ook dat Patrick Roest niet nogeens zo’n stap voorwaarts zet als dat de voormalige kroonprins vorig seizoen heeft gedaan. In dat geval lijkt Roest ook voor Kramer inmiddels een maatje te groot.

En of Patrick Roest na weer een topseizoen wel wil zeggen dat hij anno 2020 beter is dan zijn leermeester, dat hij anno 2020 zelf de koning van het schaatsen is? De regerend wereldkampioen allround blijft bescheiden: “Misschien. Wie weet.” De eerste signalen over de vorm van Patrick Roest voor dit seizoen hebben een hoger zekerheidsgehalte. Roest gaat hard. Heel hard. Sven Kramer heeft dat met eigen ogen ook gezien, hij weet waaraan hij toe is. “Dat is alleen maar mooi”, zo stelt Kramer. “En het feit dat ik niets meer te bewijzen heb, wil niet zeggen dat ik er niet vol voor ga. Zo lang als ik plezier heb in het schaatsen, ga ik voor het hoogsthaalbare. En plezier in het schaatsen heb ik nog altijd volop. Sterker, wat ik zojuist ook al zei, ik vind het nog altijd fantastisch. Ik doe niets liever. Ik wil gewoon hard schaatsen.”

Terug