Opnieuw 100% fit worden in plaats van op jacht naar nieuwe wereldtitels voor Jorien ter Mors Vechtersbaas op herhaling

Vechtersbaas op herhaling

Zo’n drie kwartier later dan afgesproken loopt Jorien ter Mors het Thialfstadion binnen voor ons gesprek. Ze verontschuldigt zich, zichtbaar balend dat ze later is. Een lekke band tijdens de fietstraining is de hoofdoorzaak. Een tegenslag met een gevolg om verder geen woorden aan vuil te maken. In het restaurant waarvan even daarvoor voor mij alleen de deuren werden gesloten, is de Olympisch kampioene met mij als gezelschap van harte welkom en praat ze ambitieus over het nu lopende schaatsseizoen. Niet wetende van een andere tegenslag, met wél grote gevolgen…

Een maand na het interview is het nieuws daar: Jorien ter Mors moet worden geopereerd aan haar chronisch ontstoken kniepees en mist daardoor het complete schaatsseizoen. Sinds de WK afstanden van 2017 schaatst ze nooit pijnvrij. De hoop dat de klachten door onder meer speciale oefeningen afnemen, blijkt ijdel. “Ik leef geen dag zonder pijn en op deze manier is het voor mij niet haalbaar om een seizoen te schaatsen. De trainingen zijn redelijk behapbaar ondanks de pijn, maar een wedstrijd is een ander verhaal. Ga ik nu door, dan help ik niet alleen dit seizoen maar ook komend seizoen om zeep”, zijn haar toelichtende woorden twee maanden na het gesprek in Thialf.

Terug naar dat interview, afgelopen najaar met het oog op deze uitgave van Sportjaar, als de kniepees het hoofd van Jorien ter Mors al nadrukkelijk bezighoudt, maar de buitenwereld daarvan nog geen weet heeft. En Jorien ter Mors het nog niet wil weten…

De 1.500 meter

De Nederlandse sportwereld maakt in eerste instantie met Jorien ter Mors kennis als shorttrackster. Maar haar grote doorbraak beleeft de in Enschede geboren schaatster op de langebaan. Symbool daarvoor staat de 1.500 meter. Tijdens de Winterspelen van 2014 in Sotsji gaat Ter Mors voor een medaille op de 1.500 meter bij het shorttracken. Een vierde plaats is het uiteindelijke teleurstellende resultaat. Een dag later pakt ze wél de gouden plak op de 1.500 meter langebaan, gevolgd door eveneens goud op het onderdeel ploegachtervolging.

De jaren die volgen combineert Jorien ter Mors het shorttracken en het langebaanschaatsen. Maar na de Spelen van 2018 in Pyeongchang bergt ze de shorttrackschaatsen definitief op en gaat ze enkel nog voor de langebaan.

Een verplichte keuze omdat de combinatie van beide teveel van het goede wordt?

“Nee”, stelt Jorien ter Mors meteen met nadruk. “Het moeten kiezen tussen shorttrack of langebaanschaatsen heeft nooit gespeeld. Het heeft een periode prima samengegaan. Maar op een gegeven moment ervaarde ik dat ik mijn plafond had bereikt in het shorttracken. Dan ga je je doelen en dromen verleggen. Bij het langebaanschaatsen zat er nog volop rek in de mogelijkheden, zo voelde ik. Ik hoefde geen keuze te maken, het is gewoon een proces geweest waarbij je als vanzelfsprekend de focus van de ene discipline naar de andere verlegt. Wereldkampioen worden in het shorttracken, dat zat er niet meer in. Bij het langebaanschaatsen zeker wel. En ik ben nu eenmaal een sporter die gaat voor winst.”

Sensationeel

De planning is om in 2017 te stoppen met shorttracken, na het WK in Rotterdam. “Maar dat WK was ronduit tegenvallend. Een fiasco”, zo beschrijft Jorien ter Mors haar valpartij tijdens de relay-finale. Geen goud, ook geen zilver of brons, slechts vierde. “Zo wilde ik niet eindigen met mijn shorttrackcarrière. Vandaar dat ik op de Spelen van Pyeongchang ook nog als shorttrackster van de partij was. We gingen met het team voor goud, maar het werd de B-finale.”

Het wordt de B-finale, oftewel ‘normaal’ gesproken de strijd om de vijfde plaats. Maar de afloop is niet ‘normaal’, de afloop is sensationeel. De ploeg, naast Jorien ter Mors bestaande uit Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Lara van Ruijven, profiteert van de diskwalificaties van China en Canada in de A-finale. Oranje schuift als winnaar van de B-finale (met een wereldrecord!) op naar de derde plek in de eindstand. Met een bronzen medaille om haar nek, zet Jorien ter Mors een punt achter haar shorttrack-tijd.

“Van de ene kant natuurlijk geweldig om met een bronzen medaille af te sluiten. Geweldig omdat we een wereldrecord reden als team. Vooral dat record zie ik als een beloning voor alle energie en tijd die ik in het shorttracken heb gestoken. Dat record geeft deze bronzen medaille veel waarde voor mij. Niet de manier waarop we uiteindelijk op de derde plek terecht zijn gekomen. Dat maakt me niet trots. Dat was enkel en alleen bizar.”

Drie koppen kleiner

Even valt Jorien ter Mors stil. Ze neemt een slok van haar cappuccino. Om te vervolgen met: “Het shorttracken heeft in het voorbije decennium een enorme ontwikkeling als sport doorgemaakt. Het niveau is flink gegroeid. Een type rijdster als ik, zowel qua tactiek als postuur, is in het hedendaagse shorttracken eigenlijk kansloos. Je ziet dat de toppers van nu allemaal drie koppen kleiner zijn dan ik. Met mijn 1 meter 80 ben ik een reus temidden van de andere shorttracksters. Het zijn veelal lichtgewichten, die superbehendig kunnen schaatsen, die kunnen inhalen bij het minste of geringste gaatje dat valt. Ik moet het hebben van kracht, van het sleuren op kop, van de eerste tot de laatste meter. In mijn beginjaren kon je met die tactiek nog winnen, maar nu niet meer. Daarvoor is het niveau inmiddels te hoog. Als je nu vanaf het begin op kop gaat sleuren, vliegen ze je in de finale voorbij. Winnen door vanaf het begin erin te vliegen is nu onmogelijk.”

Het relatief grote postuur levert Jorien ter Mors naar haar mening ook veel ‘onterechte nadelige scheidsrechtelijke beslissingen’ op, tot haar grote en steeds toenemende frustratie. “Omdat ik fysiek veel groter ben, was het minste of geringste duwtje van mij voor mijn concurrenten al voldoende om uit balans te raken. Puur omdat het zelf lichtgewichten zijn, maar de jury zag het bijna altijd als een overtreding, waardoor ik met een penalty meteen uit de uitslag verdween. Ik werd zelf vaak veel nadrukkelijker geduwd, met opzet, maar met mijn sterke lichaam bleef ik dan gewoon overeind, waardoor het onbestraft bleef. Ja, op een gegeven moment is dat heel frustrerend. Zoiets speelt zeker mee in je conclusie dat je je grens hebt bereikt in het shorttrack.”

Doorgeknald

Over grenzen bereiken kan Jorien ter Mors ook meepraten als het gaat over ‘de grens van het eigen lichaam’. In het najaar van 2014, een paar maanden na de Olympische Spelen van Sotsji, wordt bekend dat Jorien ter Mors last heeft van ‘overreaching’, een voorstadium van overtraindheid. Het is het gevolg van allerlei factoren: een onderschatte bacteriële infectie opgelopen tijdens een vakantie in de Himalaya, de mentale druk door de toegenomen aandacht voor haar sportprestaties en het ziektebed en uiteindelijke overlijden van haar vader in aanloop naar de Spelen.

“Het werd me even allemaal teveel. Ik maakte toen vanalles mee, met natuurlijk het overlijden van mijn vader als meest ingrijpende. Ik heb met oogkleppen op doorgeknald tot en met de Spelen. Door het winnen van goud komt er opnieuw ongelooflijk veel op je af. Allemaal zaken waarmee je niet gewoon bent. Je wordt geleefd. Op het moment dat alle hectiek afneemt, een aantal weken na de Spelen, en je weer in rustiger vaarwater komt, dan breken je al die emoties op. Ik bleek fysiek en mentaal helemaal op”, vertelt Jorien ter Mors, die heel open aangeeft hoe moeilijk die tijd voor haar was. “Mijn leven is schaatsen, trainen en wedstrijden rijden. Maar plots was een half uurtje fietsen al een hel.”

Een leermoment?

“Zeker! Je moet op tijd rust nemen. Ik was iemand van door-, door- en doorgaan. Ik was iemand die zelfs op een rustdag nog een training plande. Maar ook ik bleek een mens. Een juiste balans tussen inspanning en rust is essentieel. Anders raakt de energie op, zo ervaarde ik als geen ander. Je lichaam voor de gek houden, het kan misschien even, maar niet lang. Op een gegeven moment zegt het lichaam: nu is het op, de grens is bereikt. Nee: de grens is overschreden.”

“In de loop der jaren bouw je ervaring op, vertrouwen ook in je aanpak. Je ontwikkelt vastigheden. Je raakt minder snel in paniek als er wat tegenzit of als het anders loopt dan je hebt gepland. Dat geeft extra rust. Al jongeling denk je enkel aan trainen, trainen, trainen en nogeens trainen. Inmiddels weet je dat het niet erg is om eens een keer een training over te slaan.”

Succes maakt veel vrienden

Jorien ter Mors leert in die fase ook haar vrienden kennen. “Op momenten van succes, zoals in de fase van de Olympische Spelen in Sotsji, zeker na het behalen van het goud, wil iedereen iets van je. Iedereen wil bij je zijn. Maar toen ik door die overbelasting op non-actief kwam en uit beeld raakte, bleven er verdraaid weinig over. Eerlijk gezegd zag je niemand meer. Ja, toen ik na mijn comeback in 2016 twee wereldtitels veroverde, toen was iedereen er wel weer. Succes maakt veel vrienden, maar ik heb geleerd wat die vriendschap betekent. Gelukkig heb ik een enorm fijne familie, waarop ik echt kan bouwen. In goede en slechte tijden zijn ze er voor mij. Dat is pas echt goud waard.”

In dat familiale gevoel ligt ook het antwoord van Jorien ter Mors als naar haar voorkeur tussen Enschede en Heerenveen wordt gevraagd, respectievelijk haar geboorte- en huidige woonplaats. “Het zijn beide leuke plaatsen, maar om te zeggen dat één van beide in mijn hart zit, dat ik in één van beide in de toekomst wil wonen, zover gaat het zeker niet. Ik wil zijn waar mijn vriend is, waar hij is voel ik me thuis. Maakt me niet uit waar ter wereld ons huis dan staat.”

Over haar vader: “Schaatsen was een passie die we samen deelden. Daaraan bewaar ik ongelooflijke mooie herinneringen.  Hij is dan ook nog altijd bij me, hij blijft een onderdeel van mijn schaatsen. Wedstrijden die ik win draag ik nog altijd aan hem op. Van binnen is mijn vader er altijd. Ik weet hoe trots hij op mij zou zijn geweest tijdens de voorbije Spelen. Trots dat ik het weer flikte.”

Vechtlust

Trots op de titels tijdens het WK in 2016, op de 1.000 en 1.500 meter. Trots op het goud tijdens de Winterspelen van Pyeongchang, op de 1.000 meter. IJzersterk is Jorien ter Mors uit ‘het dal’ geklommen. “Ik ben mijn vechtlust nog meer gaan waarderen. Je ziet dat hard werken wordt beloond. Niet opgeven, maar doorgaan. Wel natuurlijk met een juiste balans tussen inspanning en rust. Je probeert jaar in jaar uit de beste te zijn. Dat gaat met voor- en tegenslag. Maar de aanhouder wint, zo weet ik inmiddels uit alle ervaringen.”

Bang geweest dat de topvorm niet terug zou komen, dat de Spelen van 2014 het hoogte- en eindpunt van je topsportcarrière zouden zijn?

“Zeker wel. Dat spookte weleens door mijn hoofd. Ik wilde in ieder geval voorkomen te forceren. Stap voor stap wilde ik rustig terugkeren naar het wereldtopniveau. Voor het seizoen 2015/2016 had ik dan ook niet teveel verwachtingen. En dan pak je twee wereldtitels. Dat verraste mij ook.”

Dit seizoen richt Jorien ter Mors de focus op de 1.000 en 1.500 meter. De WK afstanden in Inzell zijn het absolute hoofddoel. Afhankelijk van hoe het gaat en hoe de diverse selectiewedstrijden ‘in de planning van het seizoen’ vallen, richt Jorien ter Mors zich op de sprinttoernooien en/of de allroundkampioenschappen. “In principe wil ik alles, maar dat is niet reëel. Ik wil me niet opnieuw over de kop jagen”, aldus Jorien ter Mors, die haar vizier zeker ook richt op de wereldrecords op de 1.000 en 1.500 meter. “Dit seizoen lijkt de programmering van de internationale kalender daarvoor niet gunstig. Helemaal op het eind van het seizoen, een paar weken na het WK afstanden, wordt er pas op een hooglandbaan gereden. Op zo’n baan zal het moeten gebeuren, maar de kans is dan groot dat de topvorm er niet meer is. Voor een wereldrecord moeten natuurlijk wel alle puzzelstukjes in elkaar vallen. De ligging van de baan, de vorm van de dag, het wedstrijdverloop, voor een wereldrecord moet alles moet kloppen.”

IJzersterke comeback

Echter: alles gaat dit seizoen voor Jorien ter Mors niet kloppen. Al bij het ter perse gaan van Sportjaar 2019 is dat overduidelijk. Na een gezellig en langer dan gepland interview, lopen Jorien ter Mors en ik het restaurant van Thialf uit. De deuren kunnen nu écht worden gesloten door de barman, die ons vriendelijk uitlaat. Op dat moment leeft bij mij bovenal de nieuwsgierigheid wat het seizoen de drievoudig Olympisch kampioene brengt. Inmiddels vraag ik me af in welke mate het nieuws over de kniepees toen al bij Jorien ter Mors door haar hoofd moet hebben gespookt. De besproken sportieve doelen van Jorien ter Mors dit sportjaar, kunnen in ieder geval worden vervangen door en samengevat in het woord ‘revalideren’, en terugkeren op topniveau voor het seizoen 2019-2020.

De ene tegenslag, die van een lekke band, is de andere tegenslag niet… Laat het succes van sportjaar 2019 voor Jorien ter Mors een volledig herstel zijn. Haar uitspraak over haar vechtlust tijdens het interview krijgt een volgende dimensie. Niet opgeven, maar doorgaan, Jorien ter Mors weet wat haar voor een nieuwe ijzersterke comeback dit sportjaar te doen staat. Zoals eerder in haar sportieve carrière is haar drive ‘eerst 100% fit worden’.

Vechtersbaas Jorien ter Mors gaat op herhaling. Met hopelijk net zo’n mooie beloning als de vorige keer.

Terug