Oud-toprenner, organisator en vader 
Adrie van der Poel pleit voor beleving Passie en plezier dé basis voor succes

Passie en plezier dé basis voor succes

Als wielrenner fietste hij een indrukwekkende erelijst bij elkaar. Als organisator beleeft hij in 2014 een absoluut hoogtepunt met het WK Veldrijden in ‘zijn’ Hoogerheide.

Hij is de schoonzoon van de Franse wielerlegende Raymond Poulidor. En als vader volgt hij met gepaste trots de verrichtingen van zijn talentvolle zonen Mathieu en David. In het leven van Adrie van der Poel draait alles om de fiets. Een verhaal over beleving, passie en plezier.

Adrie van der Poel wordt in 2014 55 jaar. Zijn beste jaren als wielrenner beleefde hij in de jaren tachtig en negentig. In het oog springen de drie etappezege’s in de Tour de France en zijn klassieke overwinningen, waaronder Luik-Bastenaken-Luik, de Amstel Gold Race en de Ronde van Vlaanderen.  Maar  ook zijn vele overwinningen als veldrijder, waaronder de wereldtitel in 1996.

De combinatie van fietsen op de weg en in het veld, heeft Van der Poel altijd als ideaal beschouwd. “Tot begin jaren negentig trainde ik nooit specifiek voor het veldrijden. Het ging me gewoon goed af. Ik had veel voordeel van mijn conditionele inhoud, opgedaan tijdens het wegseizoen. Technisch was ik eerlijk gezegd waardeloos als veldrijder. Maar dat maakt niet uit als je toch hard genoeg kunt rijden. En dat kon ik eigenlijk op alle soorten parkoersen. ”

Bewondering

Maar liefst vijf maal werd Van der Poel tweede tijdens het WK veldrijden. “Die ene titel in 1996 maakt veel goed. Ik heb niet het gevoel een kans te hebben laten liggen op een wereldtitel. Of dat ik daardoor een mindere veldrijder ben dan bijvoorbeeld Erwin Vervecken, die drie keer wereldkampioen is geworden? Denk ’t niet!  Vervecken is typisch zo’n renner die zich tijdens een groot deel van het seizoen rustig houdt om dan tijdens die ene WK-dag te kunnen pieken. Dan zie ik liever renners als Sven Nijs. Die heeft wel de beroepsernst om van het begin tot het eind van het seizoen te koersen. Al vele jaren. In 1998 heb ik zelfs nog een seizoen samen met hem in de Rabobank-ploeg gereden. En nog altijd is hij top. Elke wedstrijd opnieuw.  Die beleving spreekt mij aan, daar heb ik bewondering voor.  Niet voor renners die profiteren, renners die het hele seizoen zich verstoppen om vervolgens over de rug van een topper als Nijs zich tot wereldkampioen te laten kronen.”

Mont Ventoux

Met veel voldoening kijkt Adrie van der Poel terug op zijn wielerloopbaan. “Ik heb 20 fantastische jaren gehad. Al snel maakte ik als wegrenner de keuze me toe te leggen op eendaagse wedstrijden, inclusief etappes in grote ronden. Ondanks het feit dat mijn eerste Tour-deelnames best goed gingen. Ook in de bergen. Ik klom net zo goed als de Ier Stephen Roche, die vijf jaar later de Tour de France en de Ronde van Italië won.”

“Spijt van die keuze heb ik niet. Het eendaagse werk ging me gewoon nog beter af. Meerdere dagen achter elkaar presteren in het hooggebergte, dat is toch anders dan een paar dagen je kopman bijstaan. En ook anders dan een dag pieken in bijvoorbeeld een kleinere etappewedstrijd als Parijs-Nice. Daarin ben ik zelfs nog ooit als derde op de Mont Ventoux geëindigd.”

Uitzondering

Adrie van der Poel is niet de persoon die de vroegere jaren verheerlijkt als het huidige Nederlandse wielerniveau ter sprake komt. “Generaties vergelijken is moeilijk. In vergelijking met mijn tijd zijn er nu renners uit veel meer landen. In sommige wedstrijden is de top veel smaller geworden, in andere wedstrijden veel breder. In Parijs – Roubaix heb je in deze tijd hooguit vijf kanshebbers. Maar kijk je naar een Amstel Gold Race of een Luik-Bastenaken-Luik, dan praat je weer over een veel breder veld aan kanshebbers. “

“Bovendien is het specialisme in de loop der jaren toegenomen. Een seizoen lang meedoen om de prijzen, is inmiddels meer uitzondering dan regel. Vroeger reed je alles, van de klassiekers in het voorjaar tot en met alle belangrijke wedstrijden in het najaar. Plus de Tour.  Nu heb je renners die kiezen voor de voorjaarsklassiekers. En dan zit hun seizoen er bij wijze van spreken al op.”

“In het najaar zijn er renners die de Ronde van Spanje gebruiken als voorbereiding op het WK. Ik ben van mening dat die renners een fout maken. Wel 50 renners maken die keuze, terwijl er toch echt maar eentje wereldkampioen wordt. Ik vind dat als je goed bent je er ook voor moet gaan. Als je een rugnummer op hebt, dan moet je koersen! Als je niet wilt koersen, moet je gaan trainen. Maar geen Ronde van Spanje rijden.”

“Philippe Gilbert, da’s in het huidige peloton een renner naar mijn hart. Ik vind het gewoon leuk als een renner het hele jaar door mee wil doen voor de overwinning. Hij klaagt nooit, hij zaagt nooit. En als hij zelf niet goed is, dan werkt hij voor een ploeggenoot. Gilbert is een groot kampioen die helemaal zichzelf  is gebleven.”

Lars Boom

De beleving, de passie voor het vak die veldrijder Sven Nijs en wegrenner Philippe Gilbert laten zien, mist Adrie van der Poel bij Lars Boom. Boom heeft gekozen voor een carrière als wegrenner, ondanks het feit dat hij in 2008 de wereldtitel veldrijden veroverde.  Van der Poel:  “ Was Boom blijven crossen, dan had ie misschien wel iets minder verdiend, maar was ie nu in deze discipline absolute top. Sterker, ook de komende 10 jaar. Nu is de vraag:  Wat gaat ie doen? Blijft ie op de weg? Gaat ie terug naar het crossen? Of ebt Boom langzaam weg? Voor dat laatste moet Lars Boom in mijn ogen oppassen.”

“Voor alle duidelijkheid: ik ben een fan van Boom. Begrijp dat goed. Ik geloof best dat Boom een Ronde van Vlaanderen of een Parijs-Roubaix kan winnen. Daar twijfel  ik echt geen moment aan. Boom is gewoon een supertalent. Maar de echte topwedstrijden winnen gaat ‘m op deze wijze niet lukken.  Ik besef dat ik in deze een buitenstaander ben, ik trek niet dag in dag uit met hem op, misschien zou ik dan anders redeneren. Maar als buitenstaander zeg ik dat het zo niet gaat lukken.  Boom moet meer aan de bak. Hij moet zijn neus ook in de voorbereidingswedstrijden aan het venster drukken. Ook daar moet hij voor de overwinning gaan. Kijk eens wat Fabian Cancellara allemaal doet. Hij rijdt ook in de wedstrijden vooraf  voor de winst. En daar doet ie net die paar procentjes op die Lars mist. Rij je alleen mee, dan doe je nooit de hardheid op die nodig is om grote koersen te winnen.”

Wereldtitel

Naar zijn overtuiging is de aanpak in het hedendaagse wielerpeloton ‘te geprogrammeerd’. Trainingsschema’s zijn te bepalend. “Beleving van en plezier in de sport, dat blijft voor mij toch de basis. En dan is het ook mogelijk om het hele jaar door wedstrijden te fietsen. Op tijd een beetje gas terug nemen, vervolgens weer toewerken naar een aantal wedstrijden. Bij een goede planning, inclusief op de juiste momenten rust, moet een renner als Lars Boom in de winter tien tot twaalf crossen kunnen rijden. Inclusief de strijd om de wereldtitel. Trainingstechnisch is dat gewoon goed te doen. Boom kan dat, zoals ik het in het verleden heb gedaan. En dan ga je ook met een goed gevoel het wegseizoen in. “

Adrie van der Poel kent de druk die de finale van een grote wielerwedstrijd oplevert. Ook kent hij de spanningen rondom het organiseren van wielerwedstrijden.  Maar de meeste zenuwen ervaart Adrie van de Poel als hij als vader de verrichtingen van zijn zonen  David en Mathieu volgt. “Als je zelf fietst of als je iets organiseert, dan heb je zelf de zaken in handen.  Als je zonen fietsen, dan heb je zelf helemaal niets in handen. Dan kun je alleen maar toekijken. Da’s heel spannend, zeker ook omdat je wel de betrokkenheid, de passie voelt zoals in de jaren dat je zelf op de fiets zat.”

Heel simpel

De jongste zoon, Mathieu, werd zowel in 2012 als in 2013 wereldkampioen bij de junioren (categorie 17-18 jaar). Ook David is uiterst talentvol. Maar over wat de wielertoekomst voor zijn zonen brengt blijft Van der Poel senior op de vlakte. “Ze komen nu wel langzaam maar zeker in de fase waarin ze ontdekken wat hun mogelijkheden en ambities zijn. Blijven ze zich volledig richten op het veldrijden? Kiezen ze voor de weg? Tijdelijk of definitief? Wordt het een combinatie van veld en weg? Die keuze moeten ze zelf maken. Met als belangrijkste uitgangspunten passie en plezier! Is dat fundament niet aanwezig, dan gaat het nooit het succes worden wat het in aanleg kan zijn. Heel simpel. Dat geldt voor het hele leven.”

Terug