Martin en Erwin ten Hove gaan vol passie met hun schaatsploeg eigen weg op jacht naar Olympisch succes Levensgeluk op glad ijs

Levensgeluk op glad ijs

Martin en Erwin ten Hove leven hun droom. Niet zomaar eentje, nee, het is een gouden Olympische droom. Met beperkte middelen streven de broers met een eigen schaatsploeg naar het hoogsthaalbare op de Spelen van 2022 in Peking en 2026 in Milaan. De aanpak die ze voorstaan is heilig. “Als we consessies moeten doen, dan zeggen we nee, hoe hoog het bedrag van een potentiële sponsor ook is.”

Om misverstanden te voorkomen: meer financiële middelen zijn welkom, maar Martin en Erwin ten Hove gaan niet zomaar met elke sponsor in zee. Met IKO als hoofdsponsor zijn ze dik tevreden. Ze merken natuurlijk wel dat een aantal andere schaatsploegen in ons land, minder creatief hoeft te zijn om budgettair rond te komen. Met voorop de Jumbo-ploeg van Jac Orie, met onder meer toppers als Sven Kramer, Kjeld Nuis en Patrick Roest in haar midden. “Bij die ploeg hoeven ze wat minder op de kleintjes te letten”, zegt Erwin, met een glimlach refererend aan een bekende slogan van die andere supermarktgigant in ons land, Albert Heijn.

Op de vraag ‘stel dat die andere supermarktreus aanklopt met een flink sponsorbedrag,  maar ook met een aantal eisen, wat dan?’, is het antwoord resoluut. Erwin: “Passen die eisen niet in de weg die wij willen bewandelen, dan gaat het feest niet door. Martin en ik zijn gek van schaatsen, we gaan voor het hoogsthaalbare, maar als kinderen uit een échte ondernemersfamilie gaan we enkel de weg waarin we zelf geloven. Als we consessies moeten doen, als sponsors niet bij ons passen, dan zeggen we nee, hoe hoog het bedrag van een potentiële sponsor ook is.”

Ondernemen, met centraal termen als aanpakken, durven, doen en doorzetten, is Martin en Erwin met de paplepel ingegeven. Evenals de liefde voor het schaatsen. Zo  sponsorde vader Bert met zijn assurantiekantoor VPZ van 2000 tot 2010 een succesvolle schaatsploeg. Martin en Erwin kijken met veel plezier terug op die tijd. Martin: “Ik herinner me nog de dag waarop de schaatsploeg van mijn ouders voor het eerst op tv kwam. We zaten als gezin met z’n allen op de bank, nieuwsgierig naar het resultaat. Verdorie, het logo komt niet goed tot zijn recht, dat moet anders, was de belangrijkste reactie. Ik weet dus hoe belangrijk het is korte  lijnen met de sponsor te hebben en te houden, zodat op elk moment kan worden ingespeeld op zaken die niet naar wens lopen. Of juist zaken die zich aandienen en waarop actueel en doelgericht kan worden ingespeeld. Wij hechten veel waarde aan een intensieve samenwerking gedurende het hele seizoen, gedurende het hele traject richting Peking en Milaan.”

Lui geworden

Die nauwe en actieve samenwerking met de sponsoren, is een wezenlijk onderdeel van de visie die Martin en Erwin hebben bij het runnen van de eigen schaatsploeg. Erwin: “We willen de ontstane kloof tussen het schaatsen en het bedrijfsleven in Nederland dichten. De schaatswereld heeft de voorbije jaren in onze ogen teveel geleund op alle televisieminuten, daardoor lui geworden en verzuimd te verdiepen in wat sponsoren echt verlangen als tegenprestatie voor hun financiële inspanning.”

Behalve door het dichten van de kloof tussen bedrijfsleven en het schaatsen wordt de schaatsvisie van de broers gekenmerkt door nog twee andere uitgangspunten: het schaatsen en de schaatsfan dichter bij elkaar brengen en het opleiden van een nieuwe schaatsgeneratie. “De fan moet gewoon kunnen meekijken in de keuken. Met de traditionele media is dat moeilijk, maar door vol te gaan voor social media is dat geen probleem. Elke dag delen we waarmee we bezig zijn. We hebben zelfs een vlogger in ons team, die de fan meeneemt in wat we als ploeg beleven. Je kunt letterlijk meelezen en meekijken. IKO is als sponsor daarmee zeer content. Sterker, ze zijn druk met het vertalen van onze aanpak naar de eigen communicatie”, zo licht Martin het uitgangspunt toe over het realiseren van de gewenste band tussen schaatser en fan.

Het derde punt waaraan de broers hechten heeft nadrukkelijk te maken met de opvolging van huidige toppers als Sven Kramer, Ireen Wüst en de eigen IKO-kopvrouw Jorien ter Mors. Martin: “Het schaatsen is de voorbije tien jaar gedragen door een aantal grootheden, boegbeelden waarvan we de komende jaren afscheid gaan nemen. Het is nu zaak de nieuwe generatie op te leiden. Dat is ons doel. In ons team tref je dan ook jeugdig talent aan. Gelijktijdig hebben we ervaren rijders als Jorien ter Mors, waarvan de jongeren veel kunnen leren. Onze droom en doel is een gouden medaille op de Spelen van 2022 door één van de door ons aangetrokken toppers en in 2026 van een rijder of rijdster die binnen ons team het hele opleidingstraject heeft gedraaid.”

Grote stappen gemaakt

Het Olympische traject van Erwin en Martin ten Hove start in 2017. Een zestal jonge schaatsers klopt in de zomer bij de broers aan. “Met de vraag of we hen willen trainen”, blikt Martin terug. “Er was nog niets. Geen sponsor, geen faciliteiten, enkel heel veel enthousiasme. Niet op de laatste plaats bij Erwin en mij. We stelden onszelf wel een voorwaarde: we moeten het écht goed opzetten, met als onvoorwaardelijke basis de drie hiervoor benoemde uitgangspunten.”

Twee jaar later zit het traject op schema. Martin: “Sterker, we gaan zelfs nog harder dan verwacht. In het vorige winterseizoen hebben we grote stappen gemaakt. Het is nu belangrijk om alles wat achter de schermen geregeld moet zijn voor het leveren van nieuwe topprestaties, verder uit te bouwen. Dat is keihard werken, temeer omdat we zoals gezegd relatief een beperkt budget hebben. Heel veel komt neer op onze schouders. Alles wat er bij het runnen van een schaatsploeg om de hoek komt kijken, ligt op het bord van één van ons beide. Van het voorbereiden van trainingen tot het werven van sponsoren, van het begeleiden van de schaatsers op weg naar en tijdens de wedstrijden tot het hele marketingverhaal. Noem maar op, alles is in onze handen.”

Erwin meteen aansluitend: “Begrijp ons niet verkeerd, geen wanklank daarover. Het is onze keuze, we willen het op onze manier doen. Omdat we in de door ons uitgestippelde weg geloven. We doen dus alles samen, maar met wel ieder onze eigen verantwoordelijkheden. Zo ga en sta ik voor het schaatstechnische deel en Martin voor alle commerciële zaken. Het moet binnen de ploeg natuurlijk wel duidelijk zijn wie waarvoor de aan te spreken persoon is.”

Samen sterk

Martin en Erwin zijn qua persoonlijkheden in alles complementair aan elkaar, zo geeft Erwin aan. “Als ik mijn broer moet omschrijven, dan zeg ik allereerst dat het mijn jonge broertje is”, zo begint Erwin op lachende toon de typering. Om meteen serieus te vervolgen met: “Op het vlak van rationeel denken en gestructureerd werken is Martin enorm slim. Ja, op die punten is hij mijn rots in de branding. Ik ben immers op die terreinen zijn tegenpool. Ik handel meer vanuit emotie, ik ben een stuk drukker. Martin is rustig, hij zorgt er altijd voor dat we het overzicht houden.”

“En als ik naar Erwin kijk, dan zeg ik op de eerste plaats dat hij sterk is in het samenwerken, hij voelt de sfeer altijd prima aan en weet als geen ander hoe op basis daarvan te handelen. In mijn eentje zou ik zo’n schaatsploeg niet kunnen leiden, maar samen zijn we sterk”, verzekert Martin.

Samen sterk zijn er in het vorige schaatsseizoen dus grote stappen gezet met de IKO-ploeg. Niet in de laatste plaats door de mooie resultaten van Jutta Leerdam en Letitia de Jong. Zo bezetten de dames de eerste en tweede plaats op het podium van het NK Sprint. Jutta Leerdam pakt goud en Letitia de Jong het zilver. En wat betreft de prestaties, het had nog veel mooier kunnen zijn als Jorien ter Mors niet was afgehaakt door een operatie aan de knie.

Nog voor aanvang van de eerste wedstrijden wordt Jorien ter Mors geopereerd aan haar chronisch ontstoken kniepees en mist daardoor het complete schaatsseizoen. Sinds de WK afstanden van 2017 schaatst ze nooit pijnvrij. De hoop dat de klachten door onder meer speciale oefeningen afnemen, blijkt ijdel. “Ik leef geen dag zonder pijn en op deze manier is het voor mij niet haalbaar om een seizoen te schaatsen. De trainingen zijn redelijk behapbaar ondanks de pijn, maar een wedstrijd is een ander verhaal. Ga ik nu door, dan help ik niet alleen dit seizoen maar ook komend seizoen om zeep”, zijn de toelichtende woorden van Jorien ter Mors in het najaar van 2018, net na de ingreep.

Heel verdrietig

Het gesprek voor dit verhaal met Erwin en Martin ten Hove vindt plaats hartje zomer 2019, zo’n vier maanden voor aanvang van dit winterseizoen. De broers hebben er alle vertrouwen in dat Jorien ter Mors dit jaar tijdens de grote wedstrijden weer in de top van de partij is. Erwin: “Jorien draait nog een aangepast trainingsprogramma, maar we gaan er helemaal vanuit dat ze weer om de prijzen gaat meedoen tijdens de belangrijke wedstrijden in februari en maart.”

Het traject dat door Jorien ter Mors wordt gevolgd om aan de top terug te keren, kent zoals verwacht zijn ups en downs. Erwin: “Op dit moment is het nog wisselvallig. De ene dag is het goed, de andere dag is het gas terugnemen. Hebben we het bijvoorbeeld over vandaag en gisteren, dan is het zelfs letterlijk zo het geval. Gisteren was het een hele goede trainingsdag. Nu hebben we net de ochtendtraining van vandaag achter de rug, zonder Jorien. Haar knie heeft een reactie op de inspanningen van gisteren en is het om die reden verstandig vandaag niets te doen.”

“Zeker doet dat iets met je emoties als sporter en begeleiding. Gisteren was Jorien heel gelukkig, vandaag heel verdrietig”, reageert Erwin op de vraag of het mentaal voor Jorien ter Mors zwaar is. En of het wel reëel is om te verwachten dat ze nu alweer top is: “We moeten het wel in het juiste perspectief plaatsen. We moeten ons bewust zijn uit welke situatie ze komt. Maar wat niet is veranderd, is de instelling van Jorien ter Mors. Haar drive. Jorien wil winnen, Jorien streeft het hoogste na. Voor minder doet ze het niet, voor minder kan ze zich niet opladen.”

Jullie geven aan dat het team in de vorige winter een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt, boven verwachting zelfs. Toen Jorien afhaakte moet je toch even hebben gevreesd dat die verdere groei juist minder snel dan verwacht zou gaan?

Erwin: “Van de ene kant wel. Met Jorien hadden we op de internationale wedstrijden meegedaan voor de winst en dat geeft aan iedereen en alles een impuls. Maar van de andere kant niet. Ze heeft de hele zomer tot in het vroege najaar met de groep meegetraind. In oktober, op trainingskamp in Inzell is de knoop doorgehakt. De operatie bleek onvermijdelijk. Ze heeft nog een paar weken meegedraaid alsof er niets aan de hand was. Pas toen de wedstrijden begonnen, heeft Jorien het wereldkundig gemaakt. Het moment dus waarop het toch voor iedere schaatser een stuk individueler wordt. Iedereen heeft zijn eigen wedstrijdprogramma, iedereen gaat dan zijn en haar eigen weg. De maanden in aanloop naar die wedstrijden toe, is Jorien er altijd actief bijgeweest, is ze altijd als collega sportster van meerwaarde geweest voor alle andere teamleden.”

“Na de beslissing voor de operatie te kiezen en het wedstrijdseizoen over te slaan, is Jorien een avond verdrietig geweest”, blikt Martin terug. “Samen met het hele begeleidingsteam heeft ze toen een stevige borrel gedronken. Dat kon toen. Op die wijze sloot ze die avond het boek van zelf wedstrijden kunnen rijden, zelf voor nieuwe successen gaan. De volgende ochtend stond ze op en was haar vizier volledig gericht op het team. Ongelooflijk. Met haar ervaring en kennis stond ze vanaf dat moment met raad en daad klaar voor de ploeg. Nogmaals, ongelooflijk knap, in een mum van tijd zette ze voor haar teamgenoten de knop om. Ze transformeerde van de ene op de andere dag van een topsporter met oogkleppen op naar een teamlid dat er elk moment van de dag was voor alle teamgenoten.”

Beste Nederlanders

Erwin en Martin zien Jorien ter Mors vanzelfsprekend weer graag terugkeren in haar oude vorm op het ijs. Ze kijken uit naar waartoe de drievoudig Olympisch kampioene in staat is. Zoals ze ook benieuwd zijn naar de prestaties van Letitia de jong.  “Als je ziet welke progressie ze vorig jaar heeft gemaakt, echt heel knap. En nu, in de eerste maanden van voorbereiding, lijkt ze de opwaartse lijn gewoon door te trekken. Wij verwachten dat Letitia mooie dingen laat zien.”

Nieuw onder de vleugels van Erwin en Martin ten Hove is een oude bekende, Jan Blokhuijsen. “In het seizoen 2009-2010 zat ie ook bij mij in het team”, geeft Erwin aan. Inmiddels heeft Jan Blokhuijsen zijn sporen als allround-schaatser verdiend. In 2014 wordt hij Europees kampioen. Hij staat ook vier keer als tweede en één keer als derde op het EK-podium. Vijf keer staat Jan Blokhuijsen op het podium tijdens de huldiging van het WK-allround. Nooit als winnaar, telkens als tweede of derde, met op de hoogste trede meestal Sven Kramer.

Ook op Olympisch niveau is Jan Blokhuijsen succesvol. Hij wint zilver op de 5.000 meter in 2014 in Sochi. Diezelfde Spelen pakt hij goud met de achtervolgingsploeg, samen met Sven Kramer en Koen Verweij. Het Olympische vuur bij Jan Blokhuijsen brandt inmiddels weer. Peking 2022 lonkt. Erwin: “Jan heeft drie Spelen achter de rug en wil in Peking voor zijn vierde Spelen gaan. Om die reden is hij afgelopen seizoen een jaar er tussenuit geweest, zodat hij vanaf nu weer met voldoende frisheid kan toewerken naar nieuw Olympisch succes. De batterij is opgeladen, hij is getrouwd, is vader geworden, en nu weer doelgericht met een nieuw Olympische campagne bezig. Ik verwacht dat hij weer hetzelfde topniveau gaat halen, dat hij dus weer bij de beste Nederlanders gaat behoren.”

Wie niet meer tot de ploeg behoort is Jutta Leerdam. Een feit dat Erwin en Martin zeer betreuren. Martin: “We hebben een heel leuk jaar met haar gehad. Sportief natuurlijk, maar Jutta is ook een hele leuke meid om in de ploeg te hebben. Ze maakt echter de keuze om naar dezelfde ploeg te gaan als haar vriend Koen Verweij. Dat is haar goede recht.”

Haar goede recht. Maar ook een verstandige keuze?

Erwin en Martin kijken elkaar aan. “Verstandige keuze ja of nee, wij hoeven er in ieder geval niets negatiefs van te vinden”, zo stelt Erwin na een kort moment van stilte. “Jutta kiest nu voor deze weg. Wij waren in ieder geval zeker nog niet op elkaar uitgekeken. En ze weet: wij houden de deur bij onze ploeg voor haar altijd open.”

Doodongelukkig

Zonder Jutta Leerdam, maar met de talentvolle jongeren in de ploeg, met hopelijk een weer herstelde Jorien ter Mors, met ook een weer stappen zettende Letitia de Jong en een op zijn oude niveau terugkerende Jan Blokhuijsen, werken Martin en Erwin ook dit seizoen weer passievol verder aan het realiseren van hun schaatsdroom. Martin: “Met volle overtuiging pakken we door op de ingeslagen weg. Erwin en ik hadden beide bij andere teams of in andere landen kunnen werken. Maar daar kiezen we bewust niet voor, ondanks dat we daar zelf financieel op vooruit zouden gaan. We hebben onze eigen gedachten over hoe we onze doelen kunnen bereiken met een eigen team. Nee, meedraaien in een ander team, met een andere filosofie, daar worden wij doodongelukkig van.”

Zo vader zo zonen, zo legt Erwin op tafel. “Onze pa herkent zich in hoe wij alles op onze manier aanpakken. Dat eigenwijze is hem immers niet vreemd. Ik weet ook zeker, als je hem dat vraagt, dat hij zal zeggen dat we niet altijd naar hem luisteren, maar dat hij ons wel altijd zal willen helpen, dat hij ons altijd aanmoedigt bij het nastreven van wat onze droom is. Hij is daarop trots, zeker weten. Dat wij met kritieken te maken krijgen zo nu en dan, of tegenwind voelen, dat is ook in de ogen van onze pa logisch. Dat hoort erbij, zo zal hij zeggen. Hij weet uit eigen ervaring dat als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, als je tegen de stroom ingaat, je kunt rekenen op commentaar uit diverse hoeken. Maar daardoor moet je je niet laten ontmoedigen. Net als hij doen wij dat ook zeker niet. We gaan onze weg, de weg waarin we geloven, en in die richting willen we ons elke dag opnieuw laten gelden. Dat is de aard van het beestje. Al van generatie op generatie.”

En dan: “Soms zit het mee, soms zit het tegen. De ene keer is het juichen bij een overwinning, de andere keer heb je tegenslag. Dat hoort bij het ondernemen, dat hoort bij het runnen van een schaatsploeg. We bewegen ons bij wijze van spreken letterlijk en figuurlijk op glad ijs. Martin en ik hebben bij onze ouders alles al van dichtbij meegemaakt. We beseffen ons daardoor zeer dat wat je aan het bouwen bent, of wat je gebouwd hebt, als een kaartenhuis in elkaar kan storten. Gelukkig zijn we nuchtere Groningers, die dat dan ook snel een plek geven en weer vooruitkijken”, verzekert Erwin.

Snelcursus mensenkennis

Martin luistert, stemt in en vervolgt: “Ik herinner me nog dat mijn moeder huilde van geluk omdat wij als twee jongetjes van onze oma een winterjas kregen. Mijn ouders konden dat zelf niet betalen, tot groot geluk van mijn moeder sprong oma bij. Een paar jaar later hadden mijn ouders een succesvolle onderneming opgebouwd en was geld geen probleem. Tot het moment waarop de zaak in 2017 failliet ging, toen was de andere kant van de medaille weer zichtbaar. Op die momenten merk je ook wie je echte vrienden zijn. In tijden van succes wil iedereen bij je zijn, als het wat minder gaat neemt het aantal vrienden snel af. Erwin en ik zeggen altijd dat we in die periode een snelcursus mensenkennis hebben gehad. Zoals we ook hebben ervaren en geleerd dat geld niet de drijfveer moet zijn. Het is makkelijk als je het hebt, maar het levensgeluk halen we uit andere zaken.”

Het is niet moeilijk raden uit wat voor zaken. Uitbetaald worden met Olympisch succes, ja, da’s wel van onschatbare waarde voor de broers. Levensgeluk op glad ijs dus. Het traject zit (voor) op schema. Wordt vervolgd.

Terug