Peter Blangé beseft 25 jaar na behalen van gouden Olympische volleybalmedaille steeds beter hoe uniek de prestatie in Atlanta is “Ik ging niet naar de Spelen met de gedachte meedoen is het belangrijkste, ik wilde winnen!”

“Ik ging niet naar de Spelen met de gedachte meedoen is het belangrijkste, ik wilde winnen!”

Dit sportjaar precies 25 jaar geleden winnen de mannen van het Nederlands volleybalteam goud op de Spelen van Atlanta. De winst op Italië in de finale wordt uitgeroepen tot hét sportmoment van de eeuw. En in de sportloze coronatijden van afgelopen jaar is de Olympische finale  van de Oranje-heren bovendien verkozen tot de Mooiste Wedstrijd Ooit. “Ik ga steeds beter beseffen hoe uniek onze prestatie is”, vertelt Peter Blangé,  de spelverdeler van toen tijdens zijn terugblik nu.   

Atlanta, 4 augustus 1996. Nederland speelt tegen Italië de Olympische volleybalfinale. Een zinderende wedstrijd. Beide teams spelen spectaculair volleybal van het allerhoogste niveau. In een zenuwslopende vijfsetter worden de Italianen verslagen. Peter Blangé blikt maar wat graag terug. “Het verschil in die wedstrijd was eigenlijk één bal. Het was de belangrijkste setup uit mijn loopbaan als volleyballer. Het is matchpoint Italië. Zij hebben de service. Je weet die bal komt over het net en het maken van een fout is funest. Er mag niks misgaan, want dan is het afgelopen. Sterker, je moet de bal dusdanig verwerken dat het initiatief weer bij de eigen ploeg ligt. Onze coach Joop Alberda neemt een time out. Die tijd benut ik om voor mezelf te beslissen wie de beste keuze is. Daar moet de bal naar toe. Dat is op dat moment Bas van de Goor via de snelle middenaanval. De jongste van het stel, dat wel. En bovendien had hij juist daarvoor niet direct gescoord. Maar in mijn hoofd zit de overtuiging dat we via Bas procentueel de beste kans van slagen maken.”

De service van de Italianen wordt door Peter Blangé foutloos verwerkt, op Bas van de Goor: 15-15 i.p.v. 14-16 en over en uit. Nederland maakt vervolgens twee punten op rij en wint de vijfde en beslissende set met 17-15.

In een soort van trance

Peter Blangé: “Die slotfase beleefden we in een soort van trance. We stonden al drie uur op het veld en we waren behoorlijk naar de klote. En als je dan bij 16-15 die bal van de Italianen mis ziet gaan, dan weet je dat het goed zit. Goh, wat gingen we uit onze bol. Ik ben normaal vrij nuchter, een realist. Ron Zwerver is meer een dromer en die had in de maanden vooraf een aantal keren tegen mij gezegd ‘ik zie het goud voor me’. Ik herinner me nog goed wat ik tegen Ron zei tijdens de medailleuitreiking: Ron, nu zie ik het ook!”

De volleybalfinale is de laatste sportwedstrijd in Atlanta. Een uur later al volgt de sluitingsceremonie. Met Peter Blangé namens Nederland als vlaggendrager. “Ik stonk een uur tegen de wind”, vertelt Peter Blangé nu 25 jaar later lachend. “Nog van het zweet van de wedstrijd en van alle champagne waarmee ik overgoten was.”

Niet voor de gezelligheid

In de ogen van Peter Blangé is de basis van het succes in Atlanta, naast alle trainingsarbeid die in de jaren voorafgaand is verricht, onder meer de samenstelling van de technische staf (“Op iedere plek zat een expert op zijn vakgebied.”) en de hoge mate van ‘taakacceptatie’. “Iedereen binnen het team kende en accepteerde zijn plek.”

Maar ook: “In het team was het niet elke dag even gezellig. We hadden soms heftige discussies, maar wel allemaal met één en hetzelfde doel: Olympisch kampioen worden. We trainden niet voor de gezelligheid, we trainden om te winnen. En we wisten dat we daarvoor elkaar nodig hadden. Op trainingen konden we de strijd met elkaar flink aangaan. De vonken vlogen er soms vanaf. Maar als we tegenover een tegenstander stonden, dan waren we één blok. We vormden dan een ijzersterk collectief. Een vriend van me die in het leger zat noemde ons ‘gevechtsklaar’.”

Schijthekel aan verliezen

Peter Blangé roemt de leergierigheid en de weerbaarheid van het team. “In de jaren voorafgaand aan de Spelen hebben we op de grote toernooien alle finales verloren. Na elk verlies heerste er natuurlijk teleurstelling, maar snel kwam ook iedere keer weer dezelfde vraag: hoe kunnen we ze verslaan? Iedere keer gingen we op zoek naar verbeteringen.”

“Voor iedereen in het team gold dat ze een schijthekel aan verliezen hadden. Ik voorop. En we hadden een enorme competitiedrang. We voelden dat we heel dicht bij de Italianen waren. We voelden allen ‘het zit erin’. Ik ging dan ook niet naar de Spelen van Atlanta met de gedachte meedoen is belangrijker dan winnen. Nee, voor mij was winnen belangrijker dan deelnemen.”

Een minder gelukkig huwelijk

Peter Blangé debuteert in Oranje in 1984. Hij neemt deel aan vier Spelen, waaronder ook die van Barcelona in 1992 waar ‘de lange mannen’ zilver winnen. In totaal komt Peter Blangé tot 500 (!) interlands, een aantal waarmee hij recordhouder is. Behalve de Olympische titel wint hij met het Nederlands team ook het Europees kampioenschap in 1997 en de World League Volleyball.

Na zijn actieve volleybalcarrière is Peter Blangé eerst succesvol volleybaltrainer bij ORTEC Nesselande in Rotterdam (onder andere drie keer landskampioen) en later, van 2006 tot 2010, bondscoach van Nederland.  Na een aantal jaren in het bedrijfsleven, bij ‘datafabriek’ ORTEC, gaat de Olympisch kampioen aan de slag bij de KNVB. Als prestatie- en innovatiemanager. “Een minder gelukkig huwelijk, als ik het netjes moet omschrijven”, zo vat Peter Blangé deze periode van februari 2017 tot juli 2018 samen.

Kop van Jut

Het is de bedoeling dat Peter Blangé op basis van onderzoek en innovatie meehelpt de prestaties van de nationale teams te verbeteren. Hij krijgt echter geen voet aan de grond bij de belangrijkste mensen binnen de voetbalbond. “Met de trainers van de jeugdselecties en met de vrouwen ging het prima en heb ik prettig samengewerkt. Maar bij de KNVB draaide het bovenal om de mannen, het grote Oranje.”

De bondscoaches in die periode, Danny Blind, Dick Advocaat en Ronald Koeman, zitten niet op de diensten van Peter Blangé te wachten. Extra lastig wordt het doordat de man die hem heeft binnengehaald bij de KNVB, technisch directeur Hans van Breukelen, zwaar onder vuur komt te liggen. Er is bovendien gedoe rondom de opvolging van algemeen directeur Bert van Oostveen. En bovenal: de resultaten van het Grote Oranje vallen zwaar tegen. Er heerst kortom veel onrust. “Met Hans van Breukelen landelijk als kop van Jut. Maar wat mij bovenal dwarsboomde was het behoudende karakter van de voetbalwereld. Althans, van een invloedrijk deel. De meerwaarde van een innovatiemanager werd niet gezien. Sterker: niet gewenst. Mijn aanstelling viel verkeerd. Als je dan bij de bekende praatprogramma’s belachelijk wordt gemaakt, heb je meteen al een achterstand.”

Onveilige wereld en afrekencultuur

“Nogmaals, met alle jeugdselecties en ook met de vrouwentak heb ik prima kunnen werken. De bondscoach bij de vrouwen, Sarina Wiegman, stond absoluut open voor mijn vakgebied. Zij is heel professioneel en begrijpt hoe belangrijk innoveren in de sport is. Maar bij de mannen was dat, voorzichtig uitgedrukt, een stuk minder. En als het al gebeurde was alles ‘geheim’. Heel jammer, want in geen enkele sport is al zoveel aanwezig en zoveel potentie op het vlak van IT, techniek en sportwetenschap. Maar zolang old school mensen zoveel invloed houden, zolang zij zo’n groot podium krijgen, zal daar in Nederland nooit optimaal gebruik van worden gemaakt.”

Zonder namen te noemen is duidelijk dat de gedachten van Peter Blangé uitgaan naar toonaangevende sportjournalisten van voorop De Telegraaf en naar personen als Johan Derksen. “Heb je de opinie tegen, dan is er geen houden meer aan. Ik heb de voetbalwereld leren kennen als een onveilige wereld met een echte afrekencultuur. Eigenlijk kun je niemand vertrouwen. Het is een wereld van het grote geld en hoe hoger de beloning hoe afwijkender het gedrag. Ik hoopte op een gegeven moment dat met de komst van Eric Gudde als directeur betaald voetbal alles alsnog in een rustig en goed vaarwater zou komen. Met Eric had ik in het verleden goede ervaringen. Maar ook dat liep anders. Er kwam een wijziging in de organisatiestructuur en mijn baan kwam te vervallen. Ja, toen wist ik wel hoe laat het was. Als de belangrijkste mensen in je naaste werkomgeving een samenwerking niet zien zitten, houdt het op.”

Competenties belangrijk

Peter Blangé vindt het bijzonder op welke wijze in de voetbalwereld een technische staf vaak wordt samengesteld. “In veel gevallen wordt enkel gekeken naar voetbaltechnische kennis, naar oud-voetballers. En de nieuwe trainer brengt vaak ook zijn eigen assistent, zijn voetbalvrienden mee. Een bredere kijk op de wereld, een bredere kijk op andere disciplines die binnen een staf van meerwaarde zijn, dat staat op het tweede plan. Terwijl je juist doelgericht moet kijken naar welke functies met welke competenties belangrijk zijn. En op basis daarvan ga je het begeleidingsteam samenstellen.”

Mooiste tricks laten zien

Hij is niet de persoon die bij teleurstellingen lang het hoofd buigt. Niet tijdens zijn topsportcarrière, niet in zijn trainersloopbaan en ook nu niet na de deceptie bij de KNVB. “De beste methode om over eigen teleurstellingen heen te stappen is vooruit te kijken”, zo verwoordt de spelverdeler van de sportploeg van de twintigste eeuw. Hij gaat aan de slag bij de Nederlandse Skateboardfederatie, als ad interim technisch directeur. “Het kijken in een andere sportcultuur heeft me enorm verrijkt”, vertelt Peter Blangé. “Het is mooi om te zien hoe ongebonden ze zijn, en zeker ook hoe creatief. Het is een cultuur van ik ga lekker rijden, doe mijn ding en zie dan wel hoe het afloopt. Ze willen bovenal hun mooiste tricks laten zien.”

Omdat skateboarden op de Spelen van Tokyo voor het eerst Olympisch is, wil de Skateboardfederatie aan die ‘ongebondenheid’ en de wil om ‘de mooiste tricks te laten zien’ ook een hogere mate van prestatiegerichtheid toevoegen. “Lukte bij wijze spreken van de 100 sprongen om die mooiste trick te laten zien er eentje, dan waren ze al tevreden. Maar wil je op de Spelen komen en daar ook presteren, dan moet de aanpak veranderen. Skateboarden is een jurysport. Het Olympische format bestaat uit zeven pogingen om een score te rijden, waarvan de beste vier meetellen voor het eindresultaat. Er mogen dus niet teveel pogingen de mist ingaan. Ik opperde het idee om in het begin behoudender te rijden en de basis goed uit te voeren, zodat je in ieder geval alvast een aantal scores hebt. Daar moesten ze even aan wennen. Vervolgens is het wel grappig om te merken dat ze met de suggestie toch aan de slag gaan. Ze zijn ook gewoon heel leergierig. En heel dankbaar. Je krijgt een hoop waardering van ze terug. Ik heb 1,5 jaar rondgelopen bij de Skateboardfederatie, een super leuke ervaring. Een geweldige wereld om in te werken en waar ik nog regelmatig even langs ga.”

Geen alcohol

“Ik heb de skaters altijd benaderd door ‘aardige ogen’, nooit verwijtend. Ze zijn heel flexibel, gaan heel relaxed met druk om. En hun leven is ook niet gebaseerd op doemdenken. Bij tegenslag vergaat de wereld niet”, aldus Peter Blangé, die al pratende aan een toepasselijke anekdote denkt: “Ik schetste de Olympische kandidaten op een bepaald moment wat ze tijdens de Spelen kunnen verwachten, wat de uitgangspunten zijn van TeamNL. Zoals in het Olympisch dorp geen alcohol. Als je nu nog gewend bent om dat dagelijks te nuttigen, dan heb je nog een weg te gaan, zo gaf ik aan. Zes maanden later kwam de prestatiemanager van het NOC*NSF in Londen op bezoek. Helemaal verbaasd vroeg hij me na afloop: ze drinken allemaal water, wat heb je met ze gedaan?”

“Tijdens één van mijn weinige frustratiemomenten, waarbij tijd weer eens een relatief begrip bleek te zijn, heb ik ze allemaal nog een horloge beloofd met de opmerking: ik zou het vervelend vinden als jullie tijdens de Spelen voor een training of wedstrijd te laat komen en daardoor het moment mist waarnaar je zo hebt uitgekeken. Ze moesten er smakelijk om lachen.”

Rotterdam Topsport

Peter Blangé vertelt het met een glinstering in de ogen. Hij zit op zijn kantoor van Rotterdam Topsport, waar hij nu algemeen directeur is. “Hier komt mijn sportieve sportleven samen”, zegt hij met eenzelfde glinstering. “Rotterdam loopt als een rode draad door mijn leven. In mijn jeugd ging ik regelmatig naar Feyenoord kijken in De Kuip. Met Oranje trainde ik er als speler volop, en speelde er tal van wedstrijden in Ahoy. Als volleybaltrainer was ik in deze stad actief, en ook als bondscoach was ik er met het Nederland team ook vaak te gast. In Eric Gudde’s tijd als algemeen directeur kwam ik namens ORTEC vaak bij Feyenoord.” Peter Blangé spreekt nog net niet van de circel die rond is nu hij bij Rotterdam Topsport is beland.

“Rotterdam Topsport staat voor het faciliteren van een zo optimaal mogelijke infrastructuur voor topsport. Denk hierbij aan een professionele begeleiding en advisering van topsportverenigingen in Rotterdam en de regionale talentcentra. Daarnaast worden onder meer topsporters en talenten met een NOC*NSF-status ondersteund en begeleid. Een andere belangrijke poot van Rotterdam Topsport is het organiseren en werven van topsportevenementen. Rotterdam is een stad waar sport in het DNA zit. En dat zie je ook terug in het aanbod van grote wedstrijden. Op de eerste plaats zijn dat jaarlijkse evenementen zoals het ABN AMRO World Tennis Tournament, de NN Marathon Rotterdam en het CHIO Rotterdam. Maar we hebben ook de start van de Tour de France binnen onze gemeentegrenzen gehad, het WK shorttrack en het WK triatlon. Stuk voor stuk geweldige evenementen waarop de stad trots is en die bijdragen aan de economische ontwikkeling van Rotterdam. En dat wordt allemaal mogelijk gemaakt door de steun van de gemeente en een grote groep aangesloten bedrijven die de sport een warm hart toedragen.”

Op 4 augustus een mailtje of appje

Of binnen de Rotterdamse gemeentegrenzen, in de sporttempel Ahoy, de komende jaren ook weer volleybal van wereldformaat te zien is, zoals in zijn actieve jaren, betwijfelt Peter Blangé zeer. De mannen van Oranje zijn al een paar decennia geen wereldtop meer. “Zich kwalificeren voor de Spelen is nu al een hell of a job. Ook dat doet je steeds meer beseffen hoe uniek onze prestatie is”, stelt Peter Blangé op nuchtere toon vast. Om te vervolgen met: “De laatste tien à vijftien jaar treffen we elkaar als teamgenoten en staf van destijds elk jaar wel een keer. En Joop Alberda is natuurlijk een verbinder. Elk jaar op 4 augustus stuurt ie een mailtje of appje. En weet je, in 1996 speelden we tien keer tegen Italië. Maar liefst acht keer verloren we, waarvan zes keer met 3-0. Slechts twee keer wonnen we, beide keren met het kleinstmogelijke verschil: de worldleaque finale en de Olympische finale. Ongelooflijk, dat we het juist in die twee wedstrijden flikten.”

“Je gaat het unieke van die prestatie nu ook pas echt beseffen. In die tijd zag ik het als normaal. Je bewoog je in die wereld. Je speelde veel topwedstrijden. Of er nou 2.000 of 20.000 toeschouwers op de tribune zaten, je werd er niet warm of koud meer van. Je trainde met de jongens. Ook bij je club in Italië kwam je de tegenstanders weer tegen, deels als teamgenoot. Het was gewoon je leven. Maar tot op de dag van vandaag word ik aangesproken over hoe fantastisch die Olympische medaille voor Nederland is en nog altijd wordt ervaren. Als ik in de stad loop val ik natuurlijk op door mijn lengte, maar de gemiddelde 40-plusser met interesse voor sport weet wat er toen in Atlanta is gebeurd en herinnert me van en aan dat fantastische moment.”

Terug