Nederlands beste squashster Milou van der Heijden wil internationaal hogerop Grenzen verleggen

Grenzen verleggen

Milou van der Heijden is zonder discussie Nederlands beste squashster. In het tweede weekend van februari hoopt ze voor de vijfde keer kampioen van Nederland te worden. Internationaal kent ze haar plek ook. Wereldkampioen worden? Nee, da’s niet reëel. Maar opklimmen van de huidige dertigste plek op de wereldranglijst naar de top 20, dat moet kunnen.

Het interview voor dit verhaal vindt plaats in het mooie squashcomplex van haar ouders in Eindhoven, met ook een vestiging in Valkenswaard. Vader Sjef is druk met de laatste opruimwerkzaamheden als gevolg van het EK-junioren, dat in het weekend vooraf aan het gesprek op het programma stond.

Als je een EK-junioren kunt organiseren, dan behoort een NK ook tot de mogelijkheden. “Maar als je wilt vragen of ik ooit op de banen van mijn ouders een Nederlandse titel heb behaald, dan moet ik ontkennend antwoorden”, zo geeft Milou van der Heijden meteen aan. “De titelstrijd is altijd in Amsterdam. Begrijpelijk. Met alle respect voor wat mijn ouders hebben gerealiseerd, tegen de accommodatie in Amsterdam kan geen andere baan in ons land op. Het centrecourt is écht een arena en dat geeft gewoon tijdens de finalewedstrijden een ongelooflijke ambiance.”

Prachtige sport

Milou van der Heijden heeft geen moeite met het feit dat haar gesprekspartner onbekend is met het gegeven dat de titelstrijd standaard in Amsterdam op het programma staat. Ze is gewend aan de onbekendheid met het reilen en  zeilen in de squashwereld. Daarin schuilt volgens Milou van der Heijden ook de reden waarom de squashsport het moeilijk heeft in ons land. “Er is bijna geen aanwas vanuit de jeugd. Heel jammer, want het is een prachtige sport. Maar onbekend maakt blijkbaar ook in deze onbemind. Squash kan niet op tegen voetbal en hockey, waar alle vriendjes en vriendinnetjes actief zijn.”

Voor Milou van der Heijden zelf is squash nooit onbekend geweest. Sterker, het is haar bijna letterlijk met de paplepel ingegeven. Nooit tegen haar zin in, sqaushen smaakt de Eindhovense topper vanaf het allereerste begin uitstekend. “Met de paplepel ingegeven, dat kun je wel zeggen. Mijn vader is de nummer 3 van Nederland geweest en heeft na zijn eigen actieve carrière ook nog de functie van onder meer bondscoach bekleed”, geeft Milou van der Heijden aan, waarna de squashgekte in haar directe omgeving verder in beeld wordt gebracht. “Mijn zus Nikki heeft bij de jeugd in de nationale ploeg gezeten. Mijn halfbroer Dylan Bennett behoorde bij de jeugd in zijn leeftijdsklassen tot de beste van de wereld. Mijn moeder Ita deed eveneens aan squash, maar speelde geen wedstrijden. Wat wel heel toepasselijk is in deze, mijn ouders hebben elkaar leren kennen op de squashbaan. Mijn vader gaf mijn moeder les. Mijn andere zus daarentegen, Robin, die squasht helemaal niet. Robin is meer van de muziek en de dans. Dat was in het verleden soms best wel verfrissend. Als we een voorstelling van haar bezochten, ging het een keer niet over squash.”

Stap voor stap hogerop

Behalve meerdere nationale titels heeft Milou van der Heijden ook diverse internationale toernooien gewonnen. Het niveau van die toernooien wordt weergegeven met het bedrag aan prijzengeld dat te winnen is. In de categorie € 5.000,– schreef Milou van der Heijden inmiddels meerdere van die wedstrijden op haar naam, zoals ook eentje in de categorie € 10.000,–. “Nu moet het doel zijn om een € 20.000,– toernooi te winnen. Ik wil stap voor stap hogerop. Ik zit qua leeftijd nu in mijn beste jaren. Ik wil kijken tot hoever ik kan reiken. Of dat blijven steken is op de huidige dertigste plaats op de wereldranking, of dat dat top 20 of 15 wordt, dat zie ik dan wel. Ik wil achteraf in ieder geval niet het gevoel hebben er niet alles aan gedaan te hebben. Ik wil gewoon vol gas vooruit.”

Wie kennismaakt met Milou van der Heijden, ervaart meteen haar vriendelijke en prettige karakter. Bescheiden van aard ook. Eigenschappen die voor het bedrijven van topsport niet altijd in het voordeel zijn. “Ik mag inderdaad soms wat meer van me afbijten”, weet de Eindhovense kampioene dan ook. “En meer in mezelf geloven. Ik heb op het vlak van vertrouwen in mijn eigen kunnen al duidelijke stappen gezet. Zeker, ik ben mentaal sterker geworden. Mooi voorbeeld is het toernooi in Egypte dat ik nu net achter de rug heb. Dat ging helemaal niet goed. Vroeger zou ik dan in paniek raken. Nu is het balen, even een dip, maar vervolgens snel de draad weer oppakken.”

Allesbehalve een vetpot

Milou van der Heijden leeft voor én van het squashen. “Ik krijg heel vaak de vraag of ik financieel rondkom van mijn sport. Zeg maar gerust dat ik elk interview die vraag krijg. Nu ik rond de dertigste plaats op de wereldranglijst sta, kan ik van het squashen leven. Ik blijf zo’n vijf uur lesgeven in het centrum van mijn ouders, maar financieel  is dat op dit moment niet noodzakelijk. Sponsor- en prijzengeld zijn nu voldoende. Zeker ook omdat ik betaald wordt voor het spelen bij een ploeg in de Duitse en eentje in de Franse competitie. Met Paderborn in Duitsland ben ik overigens de voorbije drie seizoenen landskampioen geworden. Maar denk niet dat ik na mijn sportcarrière achterover kan gaan zitten. Vergeet ook niet de jaren vooraf aan mijn profbestaan. Gelukkig hebben mijn ouders me altijd geholpen. Nee, het is allesbehalve een vetpot. Maar ik beleef er ontzettend veel plezier aan. Aan stoppen denk ik zeker nog niet”, verzekert Milou van der Heijden, die dan vervolgt met: “Mensen in mijn omgeving staan er gewoon niet bij stil wat ik allemaal voor mijn sport moet doen en laten. Ook veel vrienden niet. Ik zit nu in leeftijdsfase waarin veel vrienden en kennissen kinderen krijgen. Laatst was ik op een babyborrel. Toen ik de baby in mijn armen had liggen, zei een vriendin: dat staat je goed, wellicht moeten je vriend en jij ook aan kinderen krijgen denken. Ja, zo gaat dan door mijn hoofd, weet je wel wat dat voor mij nog meer betekent? Einde topsportcarrière! Ik heb geen baan waarbij ik met een dikke buik achter het bureau kan plaatsnemen en er makkelijk drie maanden tussenuit kan. Voor mij betekent zo’n beslissing veel meer.”

Voetenwerk

De babyborrel van Milou en haar vriend laat dus nog op zich wachten. Eerst wil ze nog meerdere NK-titels in de wacht slepen. “Het nationaal kampioenschap vind ik hartstikke belangrijk. Maar daarnaast is het vizier nadrukkelijk op internationaal gericht. Ik wil een zo hoog mogelijke ranking behalen. Stellen dat ik wereldkampioen wil worden, is niet reëel, maar hoger komen op de ranking wel. Ik weet niet waar mijn grenzen liggen. Wie een jaar geleden had gezegd dat ik top 30 zou halen, had ik niet geloofd.”

“Technisch beschik ik over voldoende kwaliteiten. Op dat vlak kan ik me niet veel verder meer ontwikkelen. Mijn grootste uitdaging zit in het verbeteren van het voetenwerk, de snelheid op de baan. Was ik maar net zo explosief als mijn zus. Helaas heb ik dat specifieke talent niet meegekregen. Ik moet er elke dag opnieuw keihard aan werken om het te verbeteren. Wat dat uiteindelijk als beste resultaat oplevert, dat durf ik niet te zeggen. Top 20? Wellicht top 15? Winst van een groot toernooi? Ik ga het ervaren. Zoals ik al eerder in het gesprek aangaf, ik wil aan het eind van mijn carrière in ieder geval tegen mezelf kunnen zeggen dat ik er alles aan heb gedaan om het maximale eruit te halen.”

Terug