Kai Verbij wil ontdekken of de wetenschappelijke aanpak van Jac Orie ook hem Olympisch succes brengt In de voetsporen van Gerard, Marianne, Mark, Stefan en Sven

In de voetsporen van Gerard,  Marianne, Mark, Stefan en Sven

Een overgang van het ene naar het andere bestaande team komt in de schaatswereld zelden voor. Alleen al om die reden zijn de ploegwisseling van Kjeld Nuis en Kai Verbij in aanloop naar dit schaatsseizoen opmerkelijk. Zeker de transfer van Kai Verbij naar Jumbo-Visma verrast vriend en vijand. Zijn hechte band met ‘mensenmens’ Gerard van Velde ten spijt stapt de wereldkampioen van 2019 op de 1.000 meter over naar de ploeg van ‘dataman’ Jac Orie. “Ik wist: als ik het niet doe ga ik spijt krijgen.”

Een dag nadat Kjeld Nuis zijn opmerkelijke overstap naar het team van Reggeborgh bekendmaakt,  krijgt Kai Verbij een telefoontje van Jac Orie. Of hij een gesprek wil met de coach van Jumbo-Visma? Door het vertrek van Nuis, zo voelt Kai Verbij meteen aan, staat de deur voor zijn komst volledig open bij de ploeg van onder meer Thomas Krol, Sven Kramer en Patrick Roest. “Ik weet nog dat ik dacht: laat het een rotgesprek zijn. Dan hoef ik geen lastige keuze te maken.”

Verleiding heel groot

Kai Verbij  zit namelijk naar volle tevredenheid bij Reggeborgh. Al zes seizoenen. “Ik zat gewoon heel goed op mijn plek en ik had een hele goede band met Gerard van Velde. Tot op de dag van vandaag. Je mag die band gerust vriendschappelijk noemen. Wat dat betreft was er geen enkele reden om te gaan. Maar ik zag natuurlijk ook dat bij die andere ploeg heel hard werd gereden. Ook door mijn vriend Thomas Krol, die na zijn overstap naar Jumbo-Visma mooie stappen maakte. Dan ben je toch wel benieuwd hoe zij het aanpakken, wat zij anders doen. En als dan plots Jac Orie belt met het verzoek te praten over een komst naar zijn ploeg, dan is de verleiding natuurlijk heel groot om het gesprek aan te gaan.”

Nieuwe prikkels

De ontmoeting met Jac Orie is allesbehalve ‘het gewenste’ rotgesprek. “Het was gewoon een hartstikke goede afspraak en ik had meteen een gevoel van wow.” Ruim een week neemt Kai Verbij de tijd om te beslissen de overstap te maken. Met een dubbel gevoel. “Weg bij mijn sponsor, weg bij mijn ploeggenoten en weg bij Gerard, dat vond ik niet fijn. Het is gewoon niet leuk om mensen teleur te stellen. Maar ik moest deze keuze voor mezelf maken. Ik was toe aan nieuwe prikkels en daar helpt een nieuwe omgeving bij. Ik wist meteen: als ik het niet doe dan ga ik spijt krijgen van het niet te hebben geprobeerd. Bovendien was het nu een goed moment. Twee jaar voor de Olympische Spelen. Dan kun je in het eerste jaar zien hoe het gaat en afhankelijk daarvan bijstellen in het Olympisch seizoen. Hoewel ik ook dit seizoen goed wil presteren natuurlijk. Het mag geen poepseizoen worden.”

De nieuwe prikkels waarover Kai Verbij spreekt hoopt hij vooral te vinden in de nieuwe omgeving én de andere aanpak van Jac Orie ten opzichte van wat hij bij Gerard van Velde gewend is. “Met Gerard was het heel fijn werken. Hij is een echt gevoelsmens. En dat speelt ook door in de trainingen.  Natuurlijk maakt ook Gerard gebruik van data, maar in veel mindere mate dan Jac Orie. Die heeft toch meer met meten is weten en is nog bewuster bezig met hoe per sporter de trainingen aan te pakken en in te delen. Ik wil graag ontdekken hoe die meer wetenschappelijke aanpak bij mij werkt.”

Topsnelheid verhogen

Jac Orie is van oorsprong bewegingswetenschapper. Hij ontwikkelt in de loop der jaren een filosofie op basis van data en statistiek. En dat levert veel succes op. Op vijf achtereenvolgende Spelen leidt hij iemand naar goud. Jac Orie is de man achter de Olympische successen van onder meer Gerard van Velde, Marianne Timmer, Mark Tuitert, Stefan Groothuis en natuurlijk Sven Kramer.

Wat de aanpak van Jac Orie hem in eerste instantie moet opleveren, heeft Kai Verbij heel helder voor ogen. “Ik wil stabieler worden. Nu rijd ik twee à drie keer per seizoen echt hard en dan kan ik van iedereen winnen. Dat moet vaker. En ik wil mijn topsnelheid nog iets verhogen, door op de eerste honderd meter een paar tienden te winnen. Dan doe ik op de 500 meter ook altijd met de besten mee en het komt mijn 1.000 meter ten goede. Op die afstand wil ik domineren.”

Olympische titel

Het grote doel is een Olympische titel. Gelet op zijn leeftijd denkt de topsprinter nog twee Spelen kans te maken. In 2022 in Beijing op de 500 en 1.000 meter en vier jaar later in Milaan wellicht ook op de 1.500 meter. “Die afstand is voor de komende Spelen sowieso nog geen issue. En of dat ooit wel een afstand voor mij wordt met medaillekansen, is natuurlijk afhankelijk van mijn fysieke ontwikkeling. Bovendien is in dat geval de consequentie dat je de 500 meter laat vallen. De 500 en 1.500 combineren lijkt mij niet mogelijk”, aldus Kai Verbij, die dit seizoen vooral tijdens het WK afstanden in Beijing wil pieken.

De afstandskampioenschappen zijn een mooie generale voor de Olympische Winterspelen op dezelfde plek een jaar later. “De Spelen zijn voor een schaatser het allerhoogste. Maar er zijn meer wedstrijden die er toedoen, zoals dit jaar het WK afstanden en volgend seizoen ook het WK sprint. Je moet er gewoon elke wedstrijd staan. Gok je enkel op de Spelen, dan loop je volop risico. Er kan vanalles gebeuren. Ook tijdens de Spelen. Je kunt op de dag zelf niet fit zijn, je kunt materiaalpech krijgen, net de verkeerde loting hebben. Wil je kampioen worden, dan moet alles kloppen. En je hebt een klein beetje geluk nodig.”

Liesblessure

Kai Verbij weet waarover hij praat. De Spelen van 2014 in Sochi zijn te vroeg voor hem. “Toen had ik nog onvoldoende niveau.” Maar die van 2018 in Pyeongchang lijken op een prima moment in zijn loopbaan te komen. Kai Verbij is in aanloop naar die Spelen in topvorm. Dan slaat het noodlot in de vorm van een liesblessure toe. De voorbereiding wordt wreed verstoord en de topvorm van eerder in het seizoen wordt niet meer gehaald. Kai Verbij moet genoegen nemen met een negende plaats op de 500 meter en op de kilometer wordt hij zesde. “Natuurlijk is het leuk om een Spelen mee te maken. Maar gezien mijn niveau in het eerste deel van dat seizoen, wilde ik graag met een medaille naar huis gaan. Het was zeker een domper dat dat niet lukte.”

Die medaille moet er in 2022 wel komen. Goud van kleur. Maar, zo ziet Kai Verbij, de concurrentie neemt toe op de 500 en 1000 meter. “Het wordt steeds lastiger om te winnen. Het niveau stijgt en dat betekent dat je zelf ook moet blijven ontwikkelen en innoveren. Dat heeft zeker meegespeeld bij de beslissing om over te stappen naar Jumbo. Door de aanwezigheid van meerdere toppers, stuw je elkaar naar grotere hoogte. En aan de hand van Jac Orie loopt Jumbo-Visma voorop wat betreft noviteiten in de schaatswereld.”

Blauwdruk voor volgend jaar

Kai Verbij voelt zich inmiddels op zijn plek bij ‘kampioenenmaker Orie’. “We leren elkaar als trainer en sporter beter en beter kennen. Je moet ontdekken wat wel en wat niet werkt. Natuurlijk hebben Jac Orie en ik daar al een goed beeld bij, maar in de  praktijk moet blijken wat wel bijdraagt aan een verdere ontwikkeling en wat niet. Hopelijk krijgen we de lijn dit seizoen helemaal te pakken, zodat de blauwdruk voor volgend jaar er al aardig komt te liggen. Dan is het in het Olympisch seizoen zelf enkel een kwestie van finetunen.”

Terug