Jeugdige Mathieu van der Poel laat zich niet gek maken door verwachtingen wielerkenners “Als veldrijder heb ik mijn droom in vervulling zien gaan, maar voor de rest moet ik alles nog bewijzen”

“Als veldrijder heb ik mijn droom in vervulling zien  gaan, maar voor de rest moet ik alles nog bewijzen”

Zondag 1 februari  2015 is een datum die Mathieu van der Poel niet snel zal vergeten. In Tabor behaalde hij die dag als 20-jarige de wereldtitel veldrijden bij de profs. “Een droom die in vervulling ging. Ik had voor mezelf besloten om minimaal tot 2018 als profrenner te kiezen voor het veldrijden boven het fietsen op de weg, met als doel wereldkampioen te worden. Dat het meteen in het eerste het beste jaar lukt, is natuurlijk fantastisch.”

Wie denkt dat Mathieu van der Poel nu eerder dan gepland voor het wielrennen op de weg kiest, heeft het mis. “Ik vind het veldrijden gewoon veel te leuk om te doen. Je kunt je zo heerlijk uitleven in deze sport”, is de simpele verklaring van de jongste wereldkampioen veldrijden ooit bij de profs.

Veel kenners in de wielerwereld voorspellen evenwel ook een mooie toekomst voor Mathieu van der Poel als wegrenner. Niet vreemd, hij heeft ook op de weg aangetoond een absoluut toptalent te zijn. Zoals op 28 september 2013.  “Een datum die ik ook nooit zal vergeten. Ik kan niet aangeven wat de mooiste titel is, die in Tabor of deze op die dag in Italië bij het WK junioren op de weg. Een aantal dagen voor die titelstrijd reed ik ook het WK tijdrijden. Dat liep uit op een teleurstelling. Het ging op die dag totaal niet. Ik werd iets van 55ste, geloof ik. Maar tijdens de wegwedstrijd kwam ik langzaam maar zeker in zeer goede doen. Eerder tijdens het seizoen had ik al aangetoond me met de besten te kunnen meten. Ik had al hele leuke resultaten neergezet. Maar het WK, da’s toch iets heel speciaals. En dan winnen, heel bijzonder.”

Spanning

Een wereldtitel veldrijden die veel kenners hem al hadden toegedicht, in 2014 als belofterenner in het ‘eigen’ Hoogerheide, bleef daarentegen uit. Het zou niet mis kunnen gaan. “Maar sport blijft sport”, stelt Mathieu van der Poel nuchter vast. Of hij aan de spanning ten onder is gegaan die dag? “Nee”, klinkt het stellig. “De enige keer dat ik onder spanning gebukt ging, was tijdens mijn eerste WK in het Belgische Koksijde. Daarvoor en daarna nooit. In Hoogerheide was ik in de week voorafgaand gewoon ziek geweest, waardoor ik onvoldoende op krachten was, zo bleek in de wedstrijd. Of ik had gewonnen als ik geen tegenslag had gehad, is ook nog maar de vraag. Heel eerlijk, Wout van Aert reed die dag ijzersterk. Wout kroonde zich tot een waardig kampioen. Geen enkele discussie.”

Wout van Aert en Mathieu van der Poel zullen de komende jaren ongetwijfeld met regelmaat de smaakmakers zijn tijdens het veldritseizoen. Samen met Van der Haar vormt Van der Poel het Oranje-blok tegen het leger cross-Belgen, waarbij Van Aert langzaam maar zeker het vaandelschap van Sven Nijs overneemt. Van der Poel verwacht evenwel niet dat het crossgekke wielerpubliek in België, zich op onsportieve wijze tegen hem keert tijdens de wedstrijden. Zoals enkele jaren geleden wel met regelmaat het geval was bij Lars Boom. “Lars deed in die tijd een aantal uitspraken die niet goed vielen bij het Belgische publiek. Hij kwam arrogant over, terwijl Lars in feite een sympathieke vent is. Maar bij de Belgen kon hij geen goed meer doen. Bij mij ligt dat anders. Sterker, ze zien me meer als Belg dan als Nederlander. Niet vreemd. Ik woon mijn hele leven al in België. Ben er geboren en getogen.”

Zoon van

Mathieu van der Poel is de zoon van Adrie van der Poel en Corinne Poulidor. Vader Van der Poel behoeft in de wielerwereld geen toelichting. Zijn beste jaren beleeft vader Adrie in de jaren tachtig en negentig. In het oog springen de drie etappezege’s in de Tour de France en zijn klassieke overwinningen, waaronder Luik-Bastenaken-Luik, de Amstel Gold Race en de Ronde van Vlaanderen. Maar ook zijn vele overwinningen als veldrijder, waaronder de wereldtitel in 1996.   

Moeder Corinne is de dochter van Raymond Poulidor, een legende in de Franse wielerhistorie. Met als bijnaam Poupou werd hij onder andere drie keer tweede in de Tour de France. Diverse etappe’s in meerdere grote etappewedstrijden schreef Poulidor op zijn naam, maar onder andere ook de klassieker Milaan – San Remo.

Ruim voor de geboorte van Mathieu streken zijn ouders neer in het Belgische Kapellen. Eerst werd broer David geboren, ook een begenadigd wierlertalent. In 1995 zag Mathieu het levenslicht. “Ik had kunnen kiezen voor België te rijden. Zelfs ook voor Frankrijk. Maar nooit heb ik getwijfeld. Voor mij is Nederland altijd de enige optie geweest. Ik voel me Nederlander, ik ben Nederlander. Mijn Belgische accent doet daar niets aan af.”

Successen

Tot voor enkele jaren geleden was Mathieu van der Poel steevast de zoon van. Of: de kleinzoon van. “Daarmee heb ik nooit moeite gehad. Integendeel. Wat mijn vader en opa hebben gepresteerd op de fiets maakt mij trots.” Met het toenemen van de eigen successen, wordt het meer en meer enkel Mathieu van der Poel, zonder de toevoeging zoon of kleinzoon van.  Neemt niet weg dat hij duidelijk uit hetzelfde wielerhout is gesneden. Zo vader, zo zoon. Wie Mathieu ziet en hoort, twijfelt daarover geen moment.

Mooi voorbeeld daarvan is het feit dat vader Adrie van der Poel tijdens een interview voor Sportjaar 2014 zei: “De belangrijkste uitgangspunten zijn passie en plezier! Is dat fundament niet aanwezig, dan gaat het nooit het succes worden wat het in aanleg kan zijn. Heel simpel. Dat geldt voor het hele leven.” En: “Als je een rugnummer op hebt, dan moet je koersen! Als je niet wilt koersen, moet je gaan trainen.”

Aan dezelfde keukentafel stelt zoon Mathieu twee jaar later: “Als ik aan de start sta, dan wil ik me ook laten zien. Ik was dan ook zeer blij dat ik in de eerste wedstrijden na het behalen van de wereldtitel, meteen een paar wedstrijden won in de kampioenstrui. Ik rijd geen wedstrijden om enkel mee te rijden, ik wil tonen wat ik kan. En dat mag het publiek ook van mij verwachten.” En over zijn keuze voor het veldrijden de komende jaren: “Als wegrenner kan ik ongetwijfeld nu al meer verdienen. Maar geld speelt bij mijn keuzes geen rol. Ik wil plezier beleven aan wat ik doe. En dat plezier brengt mij het veldrijden. Plezier is de basis van succes, anders verdwijnt de intrinsieke motivatie en blijven de resultaten uit. En geld? Geld is enkel het gevolg van wat je presteert, niet het doel.”

In woorden letterlijk zo vader, zo zoon. In daden? Vader Adrie behaalde zijn wereldtitel veldrijden pas op latere leeftijd. In die discipline is Mathieu dus een snelle(re) leerling. Op de weg moet dat nog blijken. Mathieu van der Poel: “Ik heb laten zien dat ik ook als wegrenner talentvol ben. Maar bewezen heb ik nog niets. Je hoort mij dan ook niet roepen dat ik ‘effe een klassieker’ ga winnen. Ik heb nog nooit een koers van die lengte gereden. Ik weet dus ook nog helemaal niet of ik wedstrijden van boven de 210, 220 kilometer aankan. Of je dat als renner wel of niet kunt, bepaalt of je mee gaat spelen in koersen als Parijs – Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Ik ga het in de toekomst ervaren en dan merken we wel of ik net als mijn vader ook in de grote klassiekers tot de besten behoor.”

Afzien

Grote voorbeeld voor Mathieu van der Poel is de Tsjech Zdenek Stybar, die eerst naam maakte in het veldrijden en nu tot de wereldtop op de weg behoort. “Stybar heeft in ieder geval laten zien dat de route die ik bewandel kan leiden tot de absolute top, zowel in het veld als op de weg. Stybar vind ik echt een voorbeeld voor iedere topsporter. Hij doet en laat alles wat nodig is om als sporter op het hoogste niveau te slagen. Zijn gedrevenheid, zijn vastberadenheid om succesvol te zijn, spreken mij enorm aan. Goh, wat kan die man afzien om zijn doelen te bereiken.”

Het is overigens nog maar de vraag of Mathieu van der Poel beslist om na het veldrijden volledig over te schakelen naar de weg. Mountainbiken trekt hem ook zeer. “Of ik dat op topniveau kan, ook dat moet ik nog ontdekken. Maar het mountainbiken lijkt op mijn lijf geschreven. Ik heb klimtalent en dat komt bij mountainbiken vaak van pas, het vergt veel technische kwaliteiten en het is een duursport. Daarnaast houd ik er van op speelse wijze me uit te leven op de fiets, lekker in de natuur. Nog meer dan bij het veldrijden, kom je bij het mountainbiken wat dat betreft aan je trekken. Ben je wegrenner, dan zijn de trainingen in het algemeen eentoniger, saai. Lange duurtrainingen vormen dan immers de basis van je aanpak.”

Als veldrijder, op de mountainbike, als wegrenner, voor welke discipline(s) Mathieu van der Poel ook kiest, alle kenners zijn er zeker van: de jonge Van der Poel staat aan het begin van een prachtige carrière. De hoofdrolspeler zelf blijft daar nuchter onder. Tijdens het hele gesprek. Ook aan het slot: “Ik ben pas 21. Ik zie het allemaal wel. Nogmaals, plezier staat voorop. Als veldrijder heb ik mijn droom inmiddels in vervulling zien gaan. Voor de rest moet ik alles nog bewijzen.”

Terug